My Image

Jan van den Broek

My Image
My Image
My Image

Het Verzet Voorthuizen
,,Tweede Wereldoorlog 1940 - 1945"

My Image

Ik zal gedenken....


De tijd gaat snel.


Het is al weer jaren geleden dat de overweldiger werd bedwongen. Aan een vijfjarige lijdensperiode, waarin ons volk meedogenloos werd onderdrukt, kwam een einde. De kluisters werden verbroken; het Nederlandse volk kan weer vrij ademhalen. De zo lang verborgen vlaggen wapperden weer vrij uit over een vrij Vaderland; de bevrijders werden met geestdriftig gejuich begroet; de kerkgebouwen stroomden vol om God te danken voor de verlossing die hij had geschonken....
Dit alles is alweer jaren geleden, en er is een generatie opgegroeid dat van dat alles geen weet meer heeft. Heel die lange lijdensperiode is alweer ,,geschiedenis'. Het is voorbij; het is iets van ,,vroeger". Er is een nieuwe generatie dat geplaatst wordt voor nieuwe problemen die de volle aandacht verdienen. Het heden is actueler dan het verleden. Dit alles mag volkomen juist zijn, maar het mag allerminst aanleiding geven om het verleden te vergeten.


H. van Oranje.

My Image
My Image
My Image

Paulus Kamphuis

My Image
My Image
My Image
  • Het verzetskruis 1946
    Het Verzetskruis 1940-1945 is een Nederlandse onderscheiding die bedoeld is voor personen die

    Het verzetskruis 1946

    My Image

    Het Verzetskruis 1940-1945 is een Nederlandse onderscheiding die bedoeld is voor personen die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog bezighielden met verzet tegen de Duitse of Japanse bezetter.Het Verzetskruis is op 3 mei 1946 bij Koninklijk Besluit ingesteld, "ter erkenning van bijzondere moed en beleid aan den dag gelegd bij het Verzet tegen de Vijanden van de Nederlandse zaak en voor behoud van de geestelijke vrijheid". De onderscheiding werd 95 keer verleend (waarvan 93 keer postuum), meestal aan Nederlanders, maar ook aan enkele Belgen en Fransen. De enige die het Verzetskruis bij leven ontving was Gerard Tieman. Eenmaal werd de onderscheiding verleend aan een (nooit gebouwd) monument.

    Geschiedenis van het Verzetskruis

    De meeste Nederlandse verzetsstrijders waren in 1945 wars van onderscheidingen. In brede kring meende men dat men zich niet uit ijdelheid had ingezet en dat het, omdat verzet tijdens de oorlog levensgevaarlijk was geweest, ondoenlijk of onwenselijk was om tussen verzetsstrijders onderling verschil te maken. Desondanks werd een groot aantal Nederlanders gedecoreerd met de Britse King's Medal for Courage in the Cause of Freedom, het George Cross en de Amerikaanse Medal of Freedom, voor hun bijdrage aan de overwinning of voor daden als het verbergen van bemanningsleden van boven Nederland neergeschoten geallieerde vliegtuigen.
    Na de oorlog bestond het idee dat het verzet een rol zou moeten spelen in het Nederlandse bestuur. Koningin Wilhelmina sprak over de verzetsstrijders als "de nieuwe adel" - de oude elite had in haar optiek afgedaan. De vraag rees of naast al bestaande Nederlandse militaire onderscheidingen (zoals de Militaire Willems-Orde en de Bronzen Leeuw) ook een civiele onderscheiding voor verzetsstrijders moest worden ingesteld. De regering vroeg advies aan een commissie, de Raad voor Onderscheiding en Eerbetoon, die op haar beurt weer advies inwon bij de Groote Advies-Commissie der Illegaliteit en de Binnenlandse Strijdkrachten. Ondertussen werd op 28 november 1945 al aan de Rijksmunt de opdracht gegeven een nieuwe onderscheiding te laten ontwerpen.
    De vraag van de regering werd door een bepaalde stroming (o.a. de LO-LKP) binnen het verzet negatief, maar door de Binnenlandse Strijdkrachten positief beantwoord. De regering was, evenals Koningin Wilhelmina, voorstander van een civiele verzetsonderscheiding en besloot tot een compromis: het Verzetskruis zou alleen postuum worden verleend. Desondanks zou de onderscheiding in 1946 nog bij zijn leven worden toegekend aan Gerard Tieman. Latere voordrachten om het Verzetskruis aan een nog levende persoon te verlenen werden afgewezen.
    Omdat het Verzetskruis werd geacht in belang direct te volgen op de Militaire Willems-Orde, werden voor de verlening zeer hoge maatstaven gesteld. De daarbij gevolgde procedures en gemaakte afwegingen zijn echter nooit bekend geworden.
    Op 7 mei 1946 (ook de datum van de terechtstelling van NSB'er Anton Mussert) werden de eerste Verzetskruisen (postuum) aan 50 Nederlanders verleend. De uitreiking aan hun familieleden vond twee dagen later plaats in het Paleis op de Dam in Amsterdam. Op 24 oktober 1946 volgden de eerste (eveneens postume) onderscheidingen aan Belgische en Franse verzetsstrijders. Het laatste Verzetskruis werd in 1955 toegekend aan Bernard IJzerdraat. In alle gevallen ging de onderscheiding vergezeld van een persoonlijke brief van Koningin Wilhelmina (vanaf 1948: Prinses Wilhelmina).


Stacks Image 274

Op 1 april 1941 maakte een Engelse bommenwerper, een Vickers Wellington van het L.SA 15 Squadron, een noodlanding op de spoorlijn Amersfoort- Apeldoorn, nabij Stroe. De bemanning werd gevangen genomen en het vliegtuig naar Duitsland afgevoerd. Na te zijn gerepareerd werd het toegevoegd aan het zogenaamde "Circus Rosario".

"Circus Rosario" was een door de Duitsers samengebrachte collectie geallieerde vliegtuigen die achter de hand werd gehouden voor eventuele acties

My Image
My Image

In ons land werden vlugschriften verspreid zoals dit exemplaar "Mussert levert onze jongens uit aan de Duitschers". Burgemeester Westrik stuurde een exemplaar ervan aan de Sicherheitsdienst (SD) in Arnhem.

thex Created with Sketch.
  • 1 DE OD IN VOORTHUIZEN
    Belangrijk binnen de Ordedienst in Voorthuizen waren de broers W., J. en E. Zandbergen.

    DE OD IN VOORTHUIZEN

    Belangrijk binnen de Ordedienst in Voorthuizen waren de broers W., J. en E. Zandbergen. De drie hadden ieder een boerderij in Voorthuizen. Het waren verzetsmannen uit het ARP-kamp. Voor de oorlog was J. Zandbergen commandant van de Burgerwacht in Voorthuizen en E. Zandbergen commandant van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm in zijn dorp. De Landstorm was het niet tot het leger behorende deel van de bevolking, dat in oorlogstijd voor militaire dienst kon worden opgeroepen. Toen de Duitsers Nederland binnenvielen werd de bevolking van Voorthuizen geëvacueerd naar Nunspeet en omgeving. Daar hoorden de Voorthuizenaren dat de Duitsers hun dorp bezetten. Zo'n vijftig mannen besloten naar de Vesting Holland te gaan om daar mogelijk nog aan de strijd deel te nemen. De Duitsers waren echter sneller dan de Voorthuizenaren. Nog voor ze de toenmalige Zuiderzee over waren, kwam de capitulatie. Een paar dagen voor de Duitse inval kreeg J. Zandbergen het verzoek zich te melden bij D.E.C. Klinkenberg, de belastinginspecteur in Wageningen. Vanwege de inkwartiering van huzaren in zijn huis, liet Zandbergen echter verstek gaan. Na de capitulatie ging hij wel naar Wageningen. Het gesprek ging duidelijk niet alleen over geld. Klinkenberg vroeg Zandbergen en enkele anderen in Voorthuizen een verzetsgroep op te zetten. In feite ging het om een groep betrouwbare personen die moest zorgen dat er geen chaos zou ontstaan als de Duitsers weer verdwenen. Zandbergen zocht het meteen hogerop. Hij ging naar Den Haag om daar een overste om advies te vragen. Deze stemde in met de plannen. Zo ontstond in Voorthuizen de afdeling van de Ordedienst (OD). De leden kwamen vooral uit kringen van de burgerwacht en de BVL. Dat was landelijk ook het geval.

Stacks Image 296

In Hotel "Heidepark" aan de Stationsweg verbleven vaak Duitse militairen. Op 17 april 1941 maakte fotograaf Van de Kraats de groepsfoto.

My Image
My Image

Mathous Lorenzini

Een waarschuwing bij het arrestatiebevel van Mathous Lorenzini en Eduard Cislar. De twee hadden op 21 juni bij een arrestatiepoging op hun achtervolgers geschoten en wisten op 23 juni 1943 te ontsnappen uit een trein bij het station Barneveld-Noord met hun mitrailleur en handgranaten.

thex Created with Sketch.
  • 2 De Verzetsgroep Vijge
    Op een dag kwam J. Zandbergen in contact met Piet Vijge, de leider van een verzetsgroep in Putten.

    DE Verzetsgroep Vijge

    Op een dag kwam J. Zandbergen in contact met Piet Vijge, de leider van een verzetsgroep in Putten. Deze groep was al in 1941 actief. Vijge gaf onder meer boksles aan de jongens in Voorthuizen. Verder zou Vijge, zo zei hij, voor wapens kunnen zorgen. Het ging om revolvers die hij uit België kon halen voor 18 gulden per stuk. Zandbergen zou er zeker tien besteld hebben. Het bleken loze beloften te zijn van Vijge. Hij heeft nooit een enkel revolver kunnen leveren. In Voorthuizen stond Vijge al snel bekend als de man van het 'ondergrondse leger'. Omdat zijn illegale werk te bekend werd, dook hij onder in Putten. Daar werd hij op 7 maart 1942 gearresteerd. Op 24 september 1942 werden Piet Vijge, de Voorthuizenaar Rijk Hooijer en de Hoevelaker Frans Tromp doodgeschoten.

Stacks Image 306

De beschieting van een vrachtwagen van de Ondergrondse(l) door een geallieerde jager bij "De Viersprong" (Rijksweg/- Zelderseweg/Nijkerkerweg) werd door de chauffeur gefotografeerd.

My Image
My Image
thex Created with Sketch.
  • 3 Hulp aan de onderduikers
    Aanvankelijk bestond het verzet van de broers Zandbergen uit niet meer dan het niet uitvoeren van Duitse bevelen.

    Hulp aan onderduikers

    Aanvankelijk bestond het verzet van de broers Zandbergen uit niet meer dan het niet uitvoeren van Duitse bevelen. Verder werd, in samenwerking met betrouwbare mannen in andere plaatsen, een waarschuwings- en hulpdienst opgezet. Deze was bedoeld om personen, die kans liepen opgepakt te worden, te laten onderduiken. De dienst probeerde onderdak te vinden voor deze onderduikers. Om onderduikers onder te brengen was geld nodig. Daarvoor werden collectes gehouden bij betrouwbare adressen. Iedere maand werd daar aangeklopt om geld. Weer later (medio 1944) hebben de Zandbergens zich beziggehouden met het transport van onderduikers en vliegtuigbemanningen naar bevrijd gebied. De groep rondom de drie broers verzorgde ook de verspreiding van illegale bladen als Trouw en Vrij Nederland. Verder maakten soms de marconisten van de Radiodienst van de Raad van Verzet gebruik van de boerderijen. Ook voorraden gedropte wapens en ander materiaal werden er opgeslagen. Door al dat werk deed de groep beduidend meer dan waar de OD aanvankelijk voor was opgericht. De broers W. en E. Zandbergen hadden veel contact met G.J. Gerritse. Maar ook met onder andere G. van Dam, kassier van de Boerenleenbank. Later kwam ook J. van de Kamp in de groep. Gerrit van den Born uit Terschuur was een van de leveranciers van de bonkaarten. Maar ook uit het distributiekantoor kregen ze kaarten. Dirk Hazeleger, die daar werkte, deed zo af en toe een greep in de stapel voor de onderduikers. Hij zorgde tevens voor het invullen van de valse persoonsbewijzen. Op een dag werd J. Zandbergen de dupe van zijn werk. Overste J.G. Feenstra, de gewestelijk politiepresident en opperwachtmeester G.F. Stap uit Putten deden met enkele andere agenten een inval in zijn boerderij. Zij arresteerden hem samen met een onderduiker. In het huis troffen ze een aantal belastende papieren aan. Overigens dacht Feenstra met de onderduiker een ander persoon gearresteerd te hebben, die bij broer W. Zandbergen zat ondergedoken. Ook E. Zandbergen werd die dag aangehouden. Feenstra schijnt vrij goed op de hoogte te zijn geweest van de activiteiten van de beide broers. Wat Feenstra niet wist, was dat E. Zandbergen zich ook met spionage bezighield. Hij was in het bezit van een aantal Nederlandse en Engelse stafkaarten. Met drie andere jongens observeerde hij in de regio Duitse stellingen en versterkingen. De bevindingen werden dan weer via allerlei illegale wegen doorgegeven. Soms ging dat via een verzetsman in Nijkerk, andere keren gingen de berichten naar Wim Dekker of Ab van Meerveld. In Putten werden de mannen verhoord en mishandeld. Na een uur of drie mocht E. Zandbergen naar huis. J. Zandbergen werd doorgestuurd naar de SD in Arnhem. Ook J. Zandbergen kwam weer vrij. De vrijgelaten E. Zandbergen kon van geluk spreken. De schuilplaats in het kippenhok bij zijn boerderij hadden Feenstra en Stap niet ontdekt. Daar stond de radio en de accu, de stafkaarten met gegevens over de Duitse stellingen, de wapens. Onderduiker Ben van der Bijl had daar zijn slaapplaats. Hij hielp Zandbergen met het spionagewerk. In januari 1944 hebben de KP's van Ede en Barneveld samen geprobeerd Stap en Feenstra uit de weg te ruimen. Stap zou door twee KP'ers uit Ede worden gedood. Feenstra werd tussen Barneveld en Voorthuizen opgewacht door Gerrit van den Born en ene Stuivenberg. De verwachting was namelijk, dat als de aanslag op Stap in Putten slaagde, Feenstra direct vanuit Ede naar Putten zou rijden. Van den Bom en Stuivenberg zouden hem dan voor hun rekening nemen. De aanslag op Stap mislukte echter, daarom ging die op Feenstra niet door. Als gevolg van de aanslag werden enkele verzetsmannen gearresteerd.

Stacks Image 316

Foto van een Shermantank bij "De Heuveltjes" in Voorthuizen.

thex Created with Sketch.
  • 4 Commando Wisseling
    Oorspronkelijk was E. Zandbergen door OD aangewezen als tijdelijk burgemeester van Barneveld voor na de bevrijding.

    Commando-wisseling

    Oorspronkelijk was E. Zandbergen door OD aangewezen als tijdelijk burgemeester van Barneveld voor na de bevrijding. Later werd echter majoor Middendorp aangewezen als commandant voor de hele omgeving. Dit op voordracht van J. Zandbergen die zelf OD-commandant van Voorthuizen werd. Toen de Nederlandse officieren opnieuw krijgsgevangen werden gemaakt, werd ook Middendorp geïnterneerd. Zijn vrouw behield echter contact met de hogere leiding. Na een tijdje werd tandarts J.P. Lokker uit Barneveld als opvolger aangewezen. Die voelde er echter nog niet voor dat zijn naam bekend zou worden, dus bleef mevrouw Middendorp de contacten onderhouden. De hogere leiding wilde echter in september 1944 dat Lokker zijn functie op zou nemen. Hij deed dit, maar twee maanden later werd hij al gearresteerd. Toen het in 1944 uiteindelijk landelijk tot de grote fusie kwam van de verzetsbewegingen in de BS, ging die fusie ook niet aan Voorthuizen voorbij. Gerritse, Van Dam en J. Zandbergen voerden hierover overleg. Aanvankelijk voelde Zandbergen weinig voor de fusie. Hij verklaarde echter dat hij bereid was zijn functie neer te leggen, mits men een plaatselijk commandant vond, die behoorlijk leiding kon geven. Een vergadering volgde: vertegenwoordigers van OD, LO en RVV kwamen bijeen en wezen uiteindelijk zijn broer E. Zandbergen als commandant van de BS aan. Later zou deze het commando echter weer overdragen. Hij had namelijk ook zitting genomen in de commissie van advies. Iedere gemeente had zo'n commissie die als een soort gemeenteraad de burgemeester de eerste tijd na de bevrijding bij moest staan. Deze functie was echter niet verenigbaar met die van commandant van de BS. Gerritse volgde hem op. In Voorthuizen was nog de verzetsgroep van Visser en Donkersgoed. Een groep die burgemeester J. Westrik goed gezind was. Zij hadden hem beloofd na de oorlog een goed woordje voor hem te doen vanwege de hulp die hij hen gegeven had. De groep van Zandbergen/Gerritse was echter van plan Westrik te arresteren. Daarom ontstond de vrees dat het na de oorlog tot een gewapend treffen zou komen tussen de verzetsgroepen. Visser weigerde in eerste instantie mee te gaan met de fusie. Gerritse en E. Zandbergen zochten Westrik op om met hem te overleggen over over de situatie. De burgemeester zat ondergedoken in de buurt van het Uddelermeer. Hij gaf de twee een brief mee voor Visser. De burgemeester stelde daarin dat hij er niets op tegen had als de groep van Visser mee zou gaan met de fusie.


Stacks Image 786

Fatale ontmoeting



In de nacht van 14 op 15 april 1945 stuitten de mannen van Jan van den Broek in de buurtschap Gerven ten zuiden van Putten op een SAS-patrouille. Beide partijen zagen elkaar aan voor Duitsers en openen het vuur. Het dagboek: „Jan kreeg een schot door de buik en de linker pols. Toch zag hij nog kans het vuur te beantwoorden en een handgranaat te gooien. De troep trok terug en Jan liep dwars door het terrein over weiden en door sloten. Maar hij was te zwaar gewond. Na een paar honderd meter moest hij opgeven."

My Image

Het graf van J. Keeble, de Engelsman die door Jan van den Broek dodelijk werd verwond.

thex Created with Sketch.
  • 5 Voorthuizense Verzetsgroep
    De meest actieve verzetsgroep in Voorthuizen was die van Jan van den Broek.

    Voorthuizense verzetsgroep

    De meest actieve verzetsgroep in Voorthuizen was die van Jan van den Broek. Een groep die aangesloten was bij de Raad Van Verzet (RVV) en daardoor onder regionale leiding van de Ermeloër Piet van de Veluwe (Berend Dijkman) stond. Een greep uit de acties van de groep: blokkeren van de weg Amersfoort-Apeldoorn, vernielen van spoorlijnen, het opvangen van gedropt wapentuig, overvallen op kazernes, diverse schietpartijen met Duitsers en hulp aan piloten in de omgeving van Voorthuizen. De groep werd eind 1943 opgericht. Ab Kamphuis: „Ik had al enige tijd contact met Harm Horlings. Ik heb toen wat anderen benaderd en zo is het eigenlijk begonnen. In eerste instantie bestond de RVV-groep uit vijf man: Jan en Klaas van den Broek, Dick Streefkerk, Harm Horlings en ikzelf." Later (in juni 1944) kwamen daar nog twee deserteurs uit het Duitse leger bij: de Tsjech Mathous Lorenzini en de Pool Eduard Cislar. In augustus 1944 sloten de gedeserteerde Hollandse SS'ers Wim Prins en Joop Brood (de vader van de bekende popzanger Herman Brood) zich bij het gezelschap aan. Pas veel later was de groep met J. van de Kemp, Bep van Harten en Van Hunen compleet. De twee deserteurs die in de eerste helft van juli 1944 bij de groep kwamen waren een welkome aanvulling. Ze beschikten namelijk over twee pistoolmitrailleurs. Mathous Lorenzini: ,,Op 26 mei zijn we uit het Duitse leger weggelopen. We zaten verplicht in het leger. Om geen burgers in gevaar te brengen bleven we gewoon in uniform. We wisten onderdak te krijgen in Terschuur. Korte tijd later werden we in de bossen bij Apeldoorn weer opgepakt en naar Koning Willem III kazerne in die plaats gebracht. Vervolgens werden we overgebracht naar Hilversum. Daar zijn we op 8 juni ter dood veroordeeld. We zaten gevangen in een grote villa. Tijdens een zwaar noodweer wisten we te ontvluchten." De Duitsers ontdekten de vluchtelingen en schoten over de heide voor de villa. Boven de hei werden lichtkogels afgeschoten. ,,We hadden het geluk dat we in een tankgracht vielen. Via de gracht konden we ons uit de voeten maken. We bleven ook toen bewust in Duitse uniformen lopen. We waren natuurlijk ongewapend. Daarom gingen we eerst naar onze oude kazerne in Utrecht, de Kromhoutkazerne, om wapens terug te stelen. Dat is ons gelukt."De twee wisten dat hun onderdeel zich niet meer in de kazerne bevond. Herkenning was dus uitgesloten. „We kon Jan van den Broek, de leider van de actieve RVVgroep in Voorthuizen. den in onze uniformen zo het kazerneterrein op wandelen, niemand had ons in de gaten." Daarna gingen ze weer naar hun onderduikadres in Terschuur. Daar kon men de twee niet meer hebben en zo kwamen ze in Voorthuizen terecht, waar ze wat rondzwierven. Medio juni zaten de deserteurs wat te drinken op een terras voor De Lindeboom aan de Dorpsstraat (tegenwoordig de Hoofdstraat). „Opeens kwamen er enkele overvalwagens aan rijden. Acht Duitsers sprongen eruit," aldus Lorenzini. „Meteen grepen ze naar de wapens. Eduard en ik zetten het op een lopen. De commandant van die troep rende achter me aan. Toen ik op de kruising voor de vroegere kapperszaak van Van Beek aan was gekomen, zag ik dat hij zijn pistool op mij richtte. Ik was hem met mijn mitrailleur echter te snel af en schoot hem neer. Ik weet niet wat er van hem geworden is. Vervolgens maaide ik in de richting van een groepje van vijf andere Duitsers en rende verder." Zowel Mathous als Eduard hebben het er levend afgebracht.

Stacks Image 777
My Image

Een waarschuwing bij het arrestatiebevel van Mathous Lorenzini en Eduard Cislar. De twee hadden op 21 juni bij een arrestatiepoging op hun achtervolgers geschoten en wisten op 23 juni te ontsnappen uit een trein bij het station Barneveld-Noord met hun mitrailleur en handgranaten.

My Image
thex Created with Sketch.
  • 6 Ontsnapping uit de trein
    „Een dag later, we hadden inmiddels in de omgeving van Terschuur burgerkleren gestolen

    Ontsnapping uit de trein

    „Een dag later, we hadden inmiddels in de omgeving van Terschuur burgerkleren gestolen, namen we de trein naar Ede. Het leek ons toen veel te gevaarlijk om in uniform in Voorthuizen rond te blijven hangen. Bij het station Barneveld- Voorthuizen stapten veel SD'ers in de trein. We hadden onze wapens nog bij ons: ik mijn mitrailleur en Eduard een stel handgranaten. Toen de trein begon te rijden kwam de controle. Ik had in de zakken van de burgerkleren een persoonsbewijs gevonden. Daar had ik snel de foto van verwisseld met één van mezelf. De SD'er nam hem aan, bekeek hem vluchtig en gaf hem terug. Eduard had echter geen papieren en al snel bleek dat ook ik bij hem hoorde. De SD'er ontruimde daarop de coupé waarin we zaten. We moesten met de handen omhoog gaan zitten. De SD'er trok daarop aan de noodrem. Ik vertelde hem van de mitrailleur en deed alsof ik het wapen aan hem wilde geven. Meteen sprong ik uit de afremmende trein en vluchtte richting de melkfabriek en vervolgens in de richting van Voorthuizen. De SD'er begon te schieten vanuit de deuropening van de coupé waar Eduard nog gevangen werd gehouden. Eduard zag toen zijn kans ook schoon. Hij trapte de bewaker in zijn rug waardoor deze uit de trein viel en sprong aan de andere kant uit de trein." Beide deserteurs wisten te ontsnappen. Via een contactpersoon kwamen ze in contact met Jan van den Broek die ze in zijn verzetsgroep opnam. Bertus van Steendelaar, ook lid van de groep, werkte in de melkfabriek. Hij was aan het werk toen de schietpartij begon. ,,lk was achter de fabriek een kruiwagen kolen aan het scheppen. Zo'n 75 meter voor het station stopte de trein en er werden schoten gelost," aldus zijn relaas. "Ik zag een vent (later bleek het Eduard Cislar te zijn) langs de spoorlijn rennen in de richting van Van Schothorst." Van Steendelaar zag Lorenzini over een omheining springen. ,,Hij kwam recht op de melkfabriek aan rennen. Ook hij werd achterna gezeten." Samen met Aart Dokter, die ook op het schieten af was gekomen, rende Van Steendelaar vanwege het schieten de fabriek weer in. Even later zag hij Lorenzini richting Zeumeren wegrennen. Dat hadden de achtervolgers niet gezien. Zij stormden op Van Steendelaar af. Van Steendelaar werd door de SD'ers tegen een muur gezet. Een SS'er hield hem een pistool op de borst. De Hollandse SS'er vroeg hem waar hij de vluchteling had verstopt. Waarschijnlijk hadden de achtervolgers Dokter aangezien voor één van de twee vluchtelingen. ,,Als die vent niet voor de dag komt, ben jij een lijk," dreigde de SS'er. Bertus werd naar binnen gebracht door de SD'ers. In het ketelhuis werd hij tegen de grond getrapt. Aart Dokter besloot op aandringen van de directeur van de fabriek te gaan kijken. Zijn persoonsbewijs werd gecontroleerd. Nadat directeur Van Veen de situatie had uitgelegd, kregen de mannen in de gaten dat ze zich vergist hadden en kon Bertus weer gaan en staan waar hij wilde. In de omgeving van de melkfabriek werd een onderzoek ingesteld door de Duitsers. Ze vertelden de mensen dat twee moordenaars waren ontsnapt, die een vrouw en kinderen hadden vermoord. Eduard Cislar had weten te ontkomen naar de kettingkastenfabriek van Bertus van der Woerd. Hij werd daar verstopt tot de kust weer veilig was. Lorenzini werd in het Johannabos bij Voorthuizen 'gepakt' door Jan van den Broek.

Stacks Image 372

Mosquito crash van 9-10 oktober 1944
613 Squadron RAF

Squadron leader Donald M. Wellings en Navigator James H. Siddell crashte nabij de Hunnenweg in Voorthuizen.

Begraven op de Algemene Begraafplaats "Diepenbosch.

thex Created with Sketch.
  • 7 Wapenroof uit hol van de leeuw
    De verzetsgroep beschikte nu voor het eerst over wapens.

    Wapenroof uit hol van de leeuw

    De verzetsgroep beschikte nu voor het eerst over wapens. Zowel Mathous als Eduard hadden hun wapens namelijk mee kunnen nemen uit de trein. ,,We hadden in die tijd nog geen droppings gehad. Mathous zei toen: 'Dan gaan we de wapens toch zelf halen'. Dat hebben Jan, Mathous en Eduard gedaan." Op 15 juli 1944 gingen ze volgens het dagboek van de verzetsgroep naar de Kromhoutkazerne in Utrecht waar Eduard en Mathous tot voor kort gelegerd waren. Verkleed als tuinman wist Eduard op het kazerneterrein te komen. Hij brak vervolgens in de wapenkamer in en kwam even later met twee machinepistolen, zes handgranaten en dertig eihandgranaten naar buiten. Mathous, Eduard en Jan gingen na het eerste succes op 19 juli nog een keer op rooftocht naar Utrecht. Ook dit maal liep de overval goed af. Ze kwamen terug met drie karabijnen, een fietsband en een luidspreker. Een derde keer zag Mathous niet zitten. „Hef leek me veel te gevaarlijk om dezelfde overval nog een keer te herhalen." Eduard en Jan gingen wel. ,, Eduard ging weer verkleed als tuinman naar binnen. Toen hij met de wapens over het prikkeldraad was geklommen ging het alarm af," aldus Mathous. Deze overval was op 25 juli 1944. In het dagboek van de verzetsgroep staat te lezen: „Ze braken weer op dezelfde wijze in. Eduard pakte zijn tas vol met vier kilo aan springladingen en vijfhonderd geweerpatronen." Dit keer kreeg een Duits officier de twee echter in de gaten. Hij zag dat Eduard de loodzware tas aan Jan overhandigde. Meteen sloeg hij groot alarm. „De overvallers maakten zich zo snel mogelijk met hun fietsen uit de voeten. Ze sprongen na een tijdje van de fiets, trokken snel hun jassen uit en verborgen die samen met de wapens. Vervolgens fietsten ze in hun overhemden rustig verder. Net op tijd, want al snel stuitten ze op een wegafzetting. Alle mensen met tassen achter op de fiets moesten afstappen en werden gecontroleerd. Maar naar de twee knapen in hun hemdsmouwen zonder tas keek geen mens. Later hebben ze de wapens en jassen weer opgehaald."

Stacks Image 363

Piloot: Flight Lieutenant R.B. Baird
Bommenrichter: Flight Lieutenant R.D. Ward
Navigator: Warrant Officer W.Q. McGeachin
Radiotelegrafist: Warrant Officer J.A. Goggin
Koepelschutter: Flight Sergeant J. McManu
Boordwerktuigkundige: Flight Sergeant J.M. Mescall

Zij zaten van 6 oktober tot 16 november 1944 ondergedoken op de boerderij van Paul Kamphuis aan de Noordenweg. Ab Kamphuis bracht hen weg. McManus en Mescall wisten tijdens Operatie Pegasus II te ontkomen, Baird, McGeachin en Ward werden echter gevangen genomen.

Linksboven: groepsfoto van het voltallige 644th Squadron.
Midden boven: R.B. Baird.
Rechtsboven: De kippenhokken van de familie Wolfswinkel in Meu-Lunteren, waar de bemanning van de Stirling. Door Ab Kamphuis naartoe werden gebracht.
Foto links en rechtsonder: de Halifax V bommenwerper.

thex Created with Sketch.
  • 8 Augustus 1944 een dropping en fusie
    Begin augustus meldde Jan aan de RVV-commandant West- Veluwe dat zijn groep

    Augustus 1944 een dropping en fusie

    Begin augustus meldde Jan aan de RVV-commandant West- Veluwe dat zijn groep toen zeven man telde. Blijkbaar was de groep toen opgenomen in RVV-verband en viel daarmee onder verantwoordelijkheid van brigade-commandant Piet van de Veluwe. In de nacht van 24 op 25 augustus was er een dropping op het landingsterrein Bertus. De slagzin ,,Kleine Jan is morgen jarig, heb een heuglijke dag" kwam door via de Vlaamse Radio. De lading gedropte wapens werd volgens het dagboek tijdelijk opgeslagen bij de vader van Ab Kamphuis. Zodra het voor de geallieerden van betekenis zou zijn, wilde men dat in Nederland de treinenloop in de war gestuurd zou worden. Als voorbereiding op de operatie Market Garden werden eind augustus en begint september daarom wapens en explosieven gedropt voor de verzetsgroepen. Zij konden daarmee aanslagen plegen op wegen en spoorlijnen. Volgens Van Tricht3 was er in de nacht van 27 op 28 augustus ook een dropping bij Voorthuizen. Volgens hem ging het daarbij om de eerste met als doel wapens en explosieven voor sabotageacties aan het verzet te leveren. Het desbetreffende terrein was eind juli al aan Londen doorgegeven. J. van Bijnen, de landelijk sabotage-commandant, had er voor gezorgd dat de KP van Apeldoorn ter plaatse was. Die eerste zending bestond uit ongeveer vijftien containers. Het materiaal werd in het bos en op de hei gecamoufleerd en op 31 augustus naar Apeldoorn gebracht.


Stacks Image 815

Smokkelroutes voor gestrande piloten.

thex Created with Sketch.
  • 9 Schietpartij
    In de nacht van dinsdag 5 (Dolle Dinsdag) op woensdag 6 september

    Schietpartij

    In de nacht van dinsdag 5 (Dolle Dinsdag) op woensdag 6 september ging het transport onder leiding van Piet van de Veluwe op pad. De verzetsgroep gebruikte een brandweerauto. Achter het stuur zat Jan van de Kemp. Tussen Voorthuizen en Putten ging het mis. Het transport stuitte op de terugweg op de Harderwijkerstraat op een Duitse controle. ,,1-let was een peloton Duitsers op de fiets. Ze stonden langs de weg in een groep bij elkaar. Vijf van hen wilden ons aanhouden," vertelt Lorenzini. De chauffeur Jan van de Kemp reed langzaam op tot de controle en deed alsof hij zou stoppen. Op het laatste moment gaf hij vol gas en reed door. ,,lk kende de mentaliteit van de Duitsers door en door. Ik hoorde twee schoten van hun kant en riep tegen Jan: 'schieten'." Jan en Mathous schoten vanuit de rijdende vrachtwagen op de Duitsers. ,,lk had de stengun met geluidsdemper van Jan van den Broek en heb veertig schoten gelost, Jan schoot 32 keer met mijn mitrailleur. We hadden een heel gemakkelijk doel in deze stilstaande groep.,,Zestien doden en viertien gewonden hebben de moffen hiermee verloren,"aldus de schrijvers van het dagboek. Klaas Friso houdt het in zijn kroniek Putten 1940/1945 op ,,een aantal Duitse militairen raakt gewond".4 De gewonden werden in de woningen in de buurt gebracht voor verzorging. Wat de verliezen aan Duitse zijde werkelijk zijn geweest is nergens meer te achterhalen. Wonderlijk genoeg volgden op het incident geen represaillemaatregelen. Mogelijk dat dit te danken was aan de chaos van Dolle Dinsdag."

Stacks Image 820
My Image
thex Created with Sketch.
  • 10 Geheim agent geeft wapeninstructie
    Op 7 september 1944 werd de verzetsgroep weer uitgebreid. Ditmaal met de geheim agent '

    Geheim agent geeft wapeninstructie

    Op 7 september 1944 werd de verzetsgroep weer uitgebreid. Ditmaal met de geheim agent 'bodewijk de Dikke' (Joop H. Luykenaar). Luykenaar werd in de nacht van 28 op 29 augustus gedropt, samen met Jaap Hinderink en Jaap Beekman. Hun missies hadden de codenamen 'Shooting', 'Charades' en 'Hunting'. Ze hadden moeten landen op de Appelse Heide bij Voorthuizen, maar kwamen een kilometer of vijf van hun drop- pingsplaats neer. Luykenaar was was gestuurd om de verzetsmannen op te leiden in het gebruik van wapens en springstoffen. Voor de oorlog was deze verzetsman een bekend bokser in Nederland. Later heeft hij ook gevochten in voormalig Nederlands Indië en Korea. Hij zat ondergedoken bij bakker Hendrikus Hendriks, wiens zoon zich ook bij de RVV- groep had aangesloten. Amper een dag later maakte de groep van Van den Broek al dankbaar gebruik van de kennis van deze springstoffenspecialist.

Stacks Image 826

Droppingsterrein op de Appelse Heide waar op 3 april 1945 het SAS team en Jedburgh team ‘Gambling’ werden gedropt.

thex Created with Sketch.
  • 11 Sabotage-acties
    De groep Van den Broek kreeg op 8 september de opdracht om de spoorlijn Amsterdam-Enschede op te blazen.

    Sabotage-acties

    De groep Van den Broek kreeg op 8 september de opdracht om de spoorlijn Amsterdam-Enschede op te blazen. De aanslag werd bij het Aanschotergat gepleegd door de geheim agent Lodewijk de Dikke geholpen door Harm Horlings, Klaas van den Broek en Ab Kamphuis. Er werd een groot gat in de lijn geslagen. Eigenlijk zou Van Hunen (de commandant van de groep Garderen) ook mee. Deze liet het echter afweten. Later verantwoordde hij zich door te stellen dat hij naar een vergadering in Barneveld moest. Opmerkelijk is dat deze aanslag ontbreekt in de spoorweg- rapporten. Een dag later moesten Jan van den Broek, Hendrikus Hendriks, Matheus Lorenzini, Bep van Harten en Jo de hoofdtelefoonkabel Amersfoort-Deventer bij Tolnegen onklaar maken. Bep en Jo (twee leden van de RVV) werden voor deze actie speciaal aan de groep toegevoegd. De opdracht kwam van Piet van de Veluwe. Het dagboek van de verzetsgroep: ,,De kabel lag dicht langs de weg, die zeer druk bereden werd. Het was dan ook een heidens karwei om de kabel bloot te leggen. Deze lag namelijk ongeveer 1,60 meter onder de grond. Om de tien minuten moesten de jongens zich verstoppen. Na een paar uur lag de kabel bloot en werd de lading voorzien van een tijdpotlood (een soort van tijdklok waardoor de lading twaalf uur later zou moeten exploderen) aangebracht." De mannen gingen vervolgens naar huis waar Alie, de vrouw van Jan van den Broek een enorme stapel pannekoeken klaar had staan voor de hongerige mannen. Daar kwam ook de groep van de sabotage op de spoorbaan. Na het eten gingen ze om beurten naar huis, bodewijk ging mee met Hendriks. Onderweg kwamen deze twee een Duitse deserteur tegen. Het was een 19-jarige jongen, Rudi Scholz, van negentien jaar van de Hermann Göringdivisie. Hendrikus Hendriks: ,,We kwamen van de Blokhut af toen we op het pad iets zagen. Het was hartstikke donker. Lodewijk sprong bij het zien van de Duitser van de fiets, riep ,,Hande hoch" en nam hem gevangen." Toen Wim Prins en Joop Brood de volgende morgen bij Jan kwamen, vertelden zij over de gevangene. Joop ondervroeg hem. Zijn oordeel was, dat Rudi onbetrouwbaar was en hij stelde voor hem dood te schieten. Harm verbood dit echter. Hij stelde, dat hij de jonge Duitser best kon gebruiken. De deserteur heeft vervolgens enige tijd in 'De Blokhut' (het huis van Jan) ondergedoken gezeten. Eén van de dingen die deze Rudi in ieder geval voor het verzet heeft gedaan was het maken van een schets van het onderkomen van Adolf Hitler. Hij deed dit op aandringen van mevrouw Pouw, de vrouw des huizes in de Enny's Hoeve in Voorthuizen. Rudi verbleef daar enige tijd. Hij een tijdje als bewaker dienst gedaan bij de verblijven van de Führer. Hij gaf de tekening begin oktober aan Piet Oosterbroek, de leider van een Puttense verzetsgroep. Deze gaf de tekening aan de geheim agent Captain King (de Belg Gilbert Sadi Kirschen). Per postduif is de schets naar Engeland verstuurd. Voor zover bekend hebben de Engelsen niets met deze schets gedaan. Klaas Friso zegt in zijn boek dat wel is verondersteld dat deze schets afkomstig was van de overval op de Oldenallersebrug. Friso bevestigt bovenstaande lezing." Lipmann Kessel stelt in zijn boek dat de tekeningen buit zijn gemaakt tijdens de overval: ,,Ze hadden toen een stafauto in een hinderlaag gelokt en drie officieren van de Luftwaffe neergeschoten. In de zakken van één hunner hadden ze een merkwaardige vondst gedaan: maar liefst een gedetailleerde plattegrond van Hitlers hoofdkwartier in Löschen in Oost Pruisen."

Stacks Image 832

Droppingsterrein op de Appelse Heide waar op 12 april 1945 het Jedburgh team ‘Keystone’ werd gedropt.

thex Created with Sketch.
  • 12 Apeldoornsestraat geblokkeerd
    Op 12 september kwam er weer een opdracht binnen voor de groep. Ditmaal moesten de mannen de Apeldoornsestraat blokkeren.

    Apeldoornsestraat geblokkeerd

    Op 12 september kwam er weer een opdracht binnen voor de groep. Ditmaal moesten de mannen de Apeldoornsestraat blokkeren. De groep vergaderde hierover bij Jan van den Broek en zij besloten, dat Jan, Klaas, Ab, Mathous, Wim en Joop vier ladingen zouden aanbrengen aan vier verschillende bomen. Die zouden dan over de weg vallen zodat er geen verkeer meer door kon. Rond de luchtlandingen bij Arnhem kwam dit soort opdrachten regelmatig binnen. ,,Toen we daar net bezig waren stopte er een Duitse wagen. De auto's in die tijd reden meest op houtgeneratoren. De houtvoorraad van deze wagen moest aangevuld worden. Daarom stopte het voertuig," herinnert Mathous Lorenzini zich. ,,We schrokken natuurlijk enorm van die Duitsers. We hielden ons muisstil achter de bomen en struiken. Op een gegeven moment zei „Eén van de twee Duitsers tegen zijn maat dat hij zijn geweer moest pakken, hij had wat gezien. Jan maakte met zijn geluidloze stengun (een stengun met een enorme geluiddemper) meteen korte metten met degene die wat gezien zei te hebben. De man viel dood neer. De andere Duitser zette het op een lopen en schoot enkele malen in de lucht." Een groep van ongeveer vijftig Duitsers kwam snel daarna op het schieten af. Er ontstond een vuurgevecht waarbij volgens het dagboek van de verzetsgroep vijf Duitsers gedood werden. Zij baseren dit op uitlatingen van Duitsers, die dit een tijdje later in Voorthuizen verteld zouden hebben. De Duiters hadden de indruk dat ze met een groep parachutisten van doen gehad hadden. Weer brachten alle verzetsmannen het er levend vanaf. ,,Na dit voorval mocht er 's nachts geen verkeer meer over deze weg rijden."


Stacks Image 840
thex Created with Sketch.
  • 13 Geheim agenten landen bij Appel
    Op 15 september om 21.00 uur werd bij Jan verzameld voor een nieuwe dropping. De hele groep,

    Geheim agenten landen bij Appel

    Op 15 september om 21.00 uur werd bij Jan verzameld voor een nieuwe dropping. De hele groep, versterkt met Bep en Jo ging naar het afwerpterrein aan de Beulenkampersteeg op de Appelse Heide. De auto voor het transport was er al. Berend Dijkman was zelf bij de dropping aanwezig. ,,De lampen werden geplaatst en het vliegtuig kon ieder moment komen. Wim en Ab, die aan de noordkant van het terrein lagen hoorden echter wat. Zij gingen meteen in dekking. Het bleek een voorbijmarcherende Duitse groep soldaten te zijn. Ze lieten ze passeren. Een minuut of tien later volgde de dropping," aldus het dagboek. Het vliegtuig wierp 28 containers naar beneden. Verder landden ook vier parachutisten: de Belgen Gilbert Sadi Kirschen (bijgenaamd Captain King), de marconisten Moyse en R. Pietquin en J. Regner. Zij hadden, ter bescherming, op papier een andere nationaliteit. De vier vormden het Special Air Service-team (SAS-team) Fabian. Op diverse plaatsen in Nederland zijn dergelijke SAS-teams gedropt. De groepen geallieerde soldaten moesten inlichtingen over de Duitse stellingen en troepensterktes doorgeven aan Londen. Dijkman bracht de mannen onder bij een jachtopziener in de omgeving. Daags daarna vertrokken ze naar de landelijke commandant van de RVV, Jan Thijssen die in De Glind zat ondergedoken. Ook zij vestigden zich in De Glind.7 Terwijl de Engelsen vanaf 17 september 1944 rondom Arnhem in hevige gevechten waren gewikkeld in het kader van de operatie Market Garden, voerden de mannen van Van den Broek nog een aantal sabotage-acties uit dat vergelijkbaar was met de bovenstaande operaties. Zo werden op de Apeldoorn- sestraat op twee plaatsen weer versperringen aangebracht en werd volgens het dagboek ,,de weg bij Garderen1 versperd. Niet duidelijk is welke weg bedoeld werd. De mannen hebben vlak na de landingen bij Arnhem twee nachten vergeefs van acht tot vijf uur 's morgens als bewa- kingsgroep bij een afwerpterrein gelegen. Er kwam niets naar beneden, maar de derde avond kwam het beloofde vliegtuig toch en wierp 24 containers af. De ploeg was die nacht versterkt met Bep van Harten en Jo. Alles werd opgeborgen bij Ab's vader (Kamphuis). Er was daar nu een grote voorraad munitie en springstof aanwezig.

Stacks Image 799
thex Created with Sketch.
  • 14 Spoorlijn opgeblazen
    Op 26 september 1944 bliezen de mannen de spoorlijn bij Stroe op.

    Spoorlijn opgeblazen

    Op 26 september 1944 bliezen de mannen de spoorlijn bij Stroe op. In de spoorlijn werd een enorm gat geslagen. „Om tien uur die avond rukte de gehele groep uit. Arie en Joop hadden de ladingen klaargemaakt en deze brachten ze op een sluitstuk tussen Stroe en Asselt aan." Na een half uur werken was alles klaar. Jan gaf aan Joop order de lont te ontsteken. Hij klom boven op de baan, de lont brandde, hij riep ,,dekken" en rende weer naar beneden. ,,Een ogenblik later hoorden we een geweldige knal, stukken ijzer en grint vlogen ons om de oren. We gingen eens kijken en waren opgetogen over het succes. De bielzen waren meters ver weggeslingerd, een stuk rail van tien meter lang werd totaal verbogen en er was een groot gat in de baan geslagen," zo staat in het dagboek van de verzetsgroep.

Stacks Image 802
thex Created with Sketch.
  • 15 Aanslag bij Putten
    In de nacht van zaterdag 30 september op zondag 1 oktober pleegde een Puttense verzetsgroep een aanslag op een auto met daarin vier Duitse officieren.

    Aanslag bij Putten

    In de nacht van zaterdag 30 september op zondag 1 oktober pleegde een Puttense verzetsgroep een aanslag op een auto met daarin vier Duitse officieren. Deze, achteraf bezien, rampzalige overval werd gepleegd na de algemene oproep van Jan Thijssen om aanslagen te plegen. Bij de aanslag raakten de Oberleutnant Eggert en Leutnant Otto Sommer gewond. Eggert werd door de verzetsmannen meegenomen naar Enny's Hoeve aan de Hunnenweg in Voorthuizen. Daar brachten ze ook de zwaar gewonde Frans Slotboom, één van de plegers van de aanslag. Hij overleed nog dezelfde dag en werd die zondag nog op het erf van Enny's Hoeve begraven. Sommer ontkwam en sloeg alarm. Als repressaille op de aanslag hebben de Duitsers 600 Puttenaren naar concentratiekampen gebracht. Verreweg de meesten overleefden de oorlog niet.

Stacks Image 805
thex Created with Sketch.
  • 16 Puttense verzetslui in Voorthuizen
    De Britse sergeant Keith Banwell, één van de medeplegers van de aanslag sloot zich enige tijd bij de Voorthuizense verzetsgroep aan.

    Puttense verzetslui in Voorthuizen

    De Britse sergeant Keith Banwell, één van de medeplegers van de aanslag sloot zich enige tijd bij de Voorthuizense verzetsgroep aan. Hij werkte onder de schuilnaam 'Téx'. Enige tijd speelde deze sergeant voor Montgommery om de Duitse inlichtingendiensten te misleiden. Hij werd door de Duitsers krijgsgevangengenomen maar wist op 28 september uit een trein te ontsnappen. Snel daarna kreeg hij contact met Piet Oosterbroek, een lid van de Puttense verzetsgroep die de aanslag op de Oldenallersebrug zou plegen. Deze vroeg hem aan de aanslag deel te nemen. Hij stemde daarmee in.8 Na de aanslag verbleef een deel van de Puttense verzetsgroep op de Enny's Hoeve aan de Hunnenweg in Voorthuizen. Enny's Hoeve was eigendom van de bankier Henk Pouw. Hij leende zijn boerderij uit aan het verzet terwijl hij in Amsterdam bankierde.9 De boerderij had een groot aantal vreemde kostgangers in die dagen: zeven joodse onderduikers, verder de gedeserteerde Rudi Scholz en zes Duitse krijgsgevangenen. Ook de ondergrondse maakte in de oorlog namelijk krijgsgevangenen. De Puttense verzetslui brachten volgens het dagboek van de groep Van den Broek ,,enige gevangenen" mee. Daar was in ieder geval de gewonde Oberleutnant Eggert bij. Volgens Friso 10 waren er acht gevangenen: twee gedeserteerde Duitse militairen, vier SS'ers en twee NSKK-mannen. Het is dus waarschijnlijk dat de Puttenaren twee krijgsgevangenen mee naar Voorthuizen namen. De krijgsgevangenen werden op 4 oktober naar het geheime centrale krijgsgevangenenkamp De Krekel bij Vierhouten overgebracht. Het gevangenentransport vertrok om vier uur in de ochtend. Aart van Beek en Jacob Luttik brachten de mannen weg. Kort daarvoor was echter een van de krijgsgevangenen uit dat kamp ontsnapt. Deze Duitse officier, sloeg alarm bij de Duitsers. Toen het transport bij Nunspeet kwam was het kamp al in Duitse handen. De bewakers van het transport liepen regelrecht in de val. Ze werden door de Duitsers gedood. Het bericht over het verraad sloeg in als een bom op Enny's Hoeve. Aartjen Simon ('Elly') kwam de jobstijding brengen. Op dat moment waren de gewestelijk sabotagecommandant Berend Dijkman (Piet van de Veluwe) en Piet Oosterbroek ook op Enny's Hoeve. Na de waarschuwing werd de boerderij meteen ontruimd. De joden vertrokken naar een ander onderduikadres. Mevrouw Pouw ging naar Amsterdam. Daar was haar echtgenoot ook al, in verband met een ernstige ziekte van hun dochter. De Duitse Mathilde Dittel bleeft achter om voor het huis te zorgen. Op 18 oktober volgde een inval van de SD. Daarbij werd zij samen met mevrouw Koolmoes, een toevallige voorbij- gangster, gearresteerd. Aan de actie deden zo'n vijfhonderd soldaten van de Wehrmacht mee. Het huis inclusief bijgebouwen, schuren en een hooiberg gingen in vlammen op.


Stacks Image 922

Een hut voor onderduikers

thex Created with Sketch.
  • 17 Dropping op terrein Bertus
    Over de radio kwam op 3 oktober de slagzin ,,Bericht voor kleine Jan: Van harte gefeliciteerd en prettige feestdagen"

    Dropping op terrein Bertus

    Over de radio kwam op 3 oktober de slagzin ,,Bericht voor kleine Jan: Van harte gefeliciteerd en prettige feestdagen" door. Op 5 oktober zou weer een dropping zijn op de Appelse heide op het afwerpterrein 'Bertus1 dichtbij het zogenaamde 'Moordgat'. Na een uur wachten kwam het vliegtuig al. De afgesproken letter A werd met lampen geseind, maar het vliegtuig gooide niets af. Waarschijnlijk kon de vliegtuigbe- manning door de dichte grondmist de lampen niet zien. De viermotorige Halifax-bommenwerper kwam enige tijd later nog een keer over, dit maal ontzettend laag. Bij het maken van een bocht raakte het toestel een boom. Hierdoor brak een stuk van de vleugel af. Drie kilometer verder maakte de piloot een geslaagde noodlanding, aldus de aantekeningen van de ver- zetslui. Het toestel kwam neer in een weiland aan de aan de Gervenseweg (gemeente Putten). Klaas Friso spreekt in zijn boek over „stortte neer". 11 „Piet van de Veluwe, Mathous Lorenzini en Tex gaan er dadelijk heen,1 volgens de aantekeningen. Van de Veluwe, Lorenzini en Banwell haalden vuurwapens en munitie uit het gecrashte vliegtuig.

Stacks Image 928

,,De Blokhut", het huis van Jan en Alie van den Broek.

thex Created with Sketch.
  • 18 Verhuizing naar Garderen
    Jan van den Broek werd de grond in Voorthuizen te heet onder de voeten. Door de vele aanloop bij hem thuis aan de Zeumerseweg

    Verhuizing naar Garderen

    Jan van den Broek werd de grond in Voorthuizen te heet onder de voeten. Door de vele aanloop bij hem thuis aan de Zeumerseweg vreesde hij dat men zijn illegale werk in de gaten begon te krijgen. Hij besloot om eens met de mannen van het verzet in Garderen te gaan praten over ander onderdak. Hij en enkele andere Voorthuizense verzetslui vonden onderdak bij het kindertehuis Zonneland in Garderen bij zuster J.Th. Kuyck. Later zou zij de oprichtster worden van De Lichthoeve in Garderen. Zij kreeg de schuilnaam Tante Jackie. Alle materialen van de groep werden met paard en wagen naar Garderen gebracht. Voor een melkhandelaar was het natuurlijk niet verstandig om zomaar van het toneel te verdwijnen. Daarom zetten de mannen van Van den Broek een arrestatie in scène. Op 15 oktober werd Jan van den Broek 'gearresteerd' door twee leden van de groep die zich voor die gelegenheid in SS-uniformen hadden gestoken. Het gebeurde allemaal zo opvallend dat de hele buurt wist wat er met melkboer Jan gebeurd was. Op het nieuwe adres woonden verder de zestigjarige tante Netta en Elly, de 17-jarige geadopteerde dochter van zuster Kuyck. In een 'hol' zaten ook vier onderduikers. Blijkens de aantekeningen van de verzetsgroep, beschikten de mannen inmiddels over een flinke hoeveelheid wapens: „Een honderdtal handgranaten en een dikke twintigduizend patronen van verschillend kaliber voor de diverse wapens. Een machinegeweer, 15 automatische pistolen, 14 andere pistolen, 13 automatische karabijnen, een zeer grote partij springstof met toe be horen (vuurkoord, slagkoord), misthoorns, booby-traps en een grote sortering tijd potloden (van 1 tot 12 uur)." De groep kreeg snel daarna het bevel van hogerhand door, zich voorlopig te onthouden van sabotageacties. Dit in verband met het mislukken van de Slag om Arnhem.

Stacks Image 871

De familie van Steendelaar

thex Created with Sketch.
  • 19 Jongen geliquideerd
    Op 21 oktober zagen de mannen van Van den Broek volgens het dagboek een jongen „op een verdachte manier langs het hol lopen"

    Jongen geliquideerd

    Op 21 oktober zagen de mannen van Van den Broek volgens het dagboek een jongen „op een verdachte manier langs het hol lopen". „Jan volgt hem in het bos. Jan vraagt hem, wat hij daar op verboden terrein doet. De jongen wordt brutaal en zegt niet zo op te scheppen. Hij weet heel goed wat er op Zonneland verborgen is. Er wordt naar hem geïnformeerd. De berichten zijn slecht. Na beraad gaan twee jongens uit en liquideren hem." Met een heel andere lezing van het verhaal komt Boeree in zijn Kroniek van Ede. 12 „In Garderen opereerde een KP van een achttal mannen. Het was wel geen 'wilde' KP, maar de mannen waren dikwijls zeer onvoorzichtig in hun handelingen, niettegenstaande alle verzoeken van Piet van de Veluwe, om met hem contact op te nemen. De mannen, die behoorden tot de PVV Voorthuizen hadden als leden van hun ploeg twee Tsjechen, die uit het Duitse leger waren gedeserteerd. Zij liepen soms 's nachts in Duitse uniformen gewapend rond. Dat kon aanleiding geven tot botsing met andere illegalen, maar deze ploeg antwoordde, dat ze daar niet bang voor was, want als er gevuurd moest worden, zouden zij dat zeker eerst doen. Piet zag dus van samenwerking af." De Voorthuizense ver- zetslui hebben na de oorlog verklaard, dat deze lezing onzin is. De twee liepen 's nachts niet in uniform en een dergelijk antwoord is ook nooit gegeven. Boeree vervolgt: ,,De ploeg had herhaaldelijk bemerkt, dat een jongen in de buurt van de bunker rondzwierf en zij verdachten hem van spionage. Toen hij daar weer een keer was geweest, kwamen twee lui van de groep hem achterop. Het waren de twee Tsjechen, en naar gewoonte waren beiden in Duits uniform. Zij hielden hem aan en controleerden zijn papieren. Hij had geen papieren maar zei dat als ze hem lieten gaan, hij hun het n en ander kon vertellen, dat heel belangrijk was. Toen vertelde hij, dat daar in de bunker partisanen zaten met wapenen. Zij lieten hem voorlopig gaan, maar kort daarop verdween hij uit de samenleving." Boeree dateert dit op 26 oktober. De aantekeningen van de verzetsgroep Van den Broek vermelden 21 oktober. De laatste gegevens kloppen. Nabestaanden van de jongen hebben na de oorlog verteld dat hem op de zondag (22 oktober) zijn gaan zoeken en hebben gevonden. Overigens schijnt het geen kunst te zijn geweest om de schuilplaatsen van de ver- zetslui te vinden. ,,Iedereen die daar liep moest het hol zien," zo verklaarde een Gardereen, die zelf ook wel eens een kijkje was wezen nemen in het hol. Duidelijk werd toen wel dat de verzetslui Zonneland moesten verlaten. Volgens Boeree zijn ze op advies van een „goedgezind politieman" gevlucht. Slechts één van de mannen bleef: Arie Schoen. Hij werkte immers gewoon op Zonneland. De groep Van den Broek dook twee dagen onder in een goed verscholen hut in de bossen van Boeschoten.

Stacks Image 793

De familie Kamphuis in 1935. Van links naar rechts:
Ab, Paul, Klaas, Dina, Jan, Kee en Corrie.

My Image
thex Created with Sketch.
  • 20 Belgische marconist gearresteerd
    De Duitsers kwamen daags daarna en verhoorden Arie Schoen en Elly.

    Belgische marconist gearresteerd

    De Duitsers kwamen daags daarna en verhoorden Arie Schoen en Elly. Volgens Boeree is tijdens dit verhoor als een wat merkwaardige 'afleidingsmanoeuvre' de naam van Berend Looyengoed uit Houtdorp genoemd. Volgens het dagboek was het Elly (Elsje) die de naam noemde. Zuster Kuyck houdt het in haar boek Partisanen vrouwen op Arie. Door een truc wist Arie daarna te ontvluchten. Elly bleef achter en de Duitsers eisten van haar dat ze de woning van Looyengoed zou wijzen. Ze deed dit en de Duitsers troffen in de woning de Belgische marconist Raymond André Holvoet aan. Deze Belg was bij Garderen in de nacht van 15 op 16 oktober gedropt en had daar contact gelegd met Nol. Holvoet werd samen met Abraham du Bois gedropt. Du Bois droeg de schuilnaam 'Martin'. Zijn actie droeg de schuilnaam 'mission Bacon' die van Holvoet heette 'mission Ham'. Ze werden om tien voor half vier gedropt bij de boerderij van Schimmel op Boeschoten tussen Voorthuizen en Garderen. De dropping was geregeld door Dick Last. Du Bois was op 17 september ook al gedropt als één van de leden van het 'Jedburgh-team Daniël'. Bij de landing raakte de radio van Holvoet beschadigd. Hij bleef in Garderen achter, terwijl Du Bois naar Ede vertrok. Du Bois had als opdracht de achtergebleven parachutisten van de 1e Britse Luchtlandingsdivisie (allemaal deelnemers aan de Slag om Arnhem) te verzamelen en over de Rijn te helpen. Du Bois kwam eigenlijk te laat, de actie Pegasus I was eigenlijk al volledig voorbereid toen hij landde. Holvoet kreeg onderdak in de woning van Huber. Dat huis stond dichtbij het huis van dr. J. Kruimel ('Ome Joop'). Door nalatigheid van een onderduiker werd de schuilplaats (De Ruif) bij het huis van Kruimel ontdekt door de Duitsers. De bewoners hadden tijdig weg weten te komen. De Duitsers hebben de woning van Kruimel leeggehaald en het huis in brand gestoken. Holvoet dook daarom onder bij Looyengoed. Hij werd daar echter op 27 oktober gearresteerd. Holvoet hield de Duitsers voor dat hij als Engels parachutist in de Slag om Arnhem had meegevochten. Hij zei dat hij Henderson heette. Onderweg naar het politiebureau ontsnapte Holvoet, hij werd echter in zijn dij geschoten en opnieuw aangehouden. Pas later ontdekten de Duitsers dat hij een SAS-agent was. Maandenlang is hij in de Koning Willem III kazerne in Apeldoorn verhoord. Op 10 april 1945 werd hij met een groep anderen in de buurt van Zwolle doodgeschoten. Opmerkelijk is dat de Duitsers de twaalf joodse kinderen, die tante Jackie in een nabijgelegen huis verzorgde, met rust lieten. Tante Jackie overleefde de oorlog. Ze werd op bevrijdingsdag vrijgelaten in de provincie Groningen tijdens het beruchte transport van de gevangenen van Westerbork. Jan slaagde er uiteindelijk in nieuwe onderkomens te vinden voor zijn mannen. Joop Brood, Fred Catsman (een joodse onderduiker van Zonneland) en Jan van den Broek in één hol, Matheus Lorenzini, Klaas van den Broek en Dick Streefkerk in een ander hol bij KP-lid Van Dasseler bij Zeumeren in Voorthuizen. Ze zouden daar een week of twee blijven. Wim Prins en Ab Kamphuis zaten toen nog bij de vader van Kamphuis terwijl Arie en Wim in Garderen onderdoken.


Stacks Image 1059
My Image

Gevangenen Assen geëxecuteerd bij Woeste Hoeve

thex Created with Sketch.
  • 21 Rudi pleegt verraad
    In november 1944 viel de groep van Van den Broek wat uit elkaar. Ab Kamphuis:

    Rudi pleegt verraad

    In november 1944 viel de groep van Van den Broek wat uit elkaar. Ab Kamphuis: ,,0p 15 november werd Piet van de Veluwe gearresteerd. Daardoor leek het ons slimmer om ons niet meer thuis te vertonen. In die dagen werd ook de Duitse deserteur Pudi Scholz door de SD opgepakt. De man beweerde door het verzet gevangen genomen te zijn en noemde het adres van mijn vader. De Duitsers deden daar in de vroege morgen van 17 november een inval. Vader werd gearresteerd. In de woning vonden ze wapens en ander belastend materiaal. Wim Prins en ik waren die dag net een Canadees en een Pool wegbrengen. Dat waren twee ontvluchte krijgsgevangenen die bij Putten uit de trein waren gesprongen. Zij zaten bij mijn vader ondergedoken." Kamphuis woonde aan het Noordeinde in Barneveld. Friso stelt in zijn boek dat het ging om bemanningsleden van de op 5 oktober neergestorte bommenwerper.14 Dezelfde dag volgde ook een inval in de woning van Jan van den Broek. Hij was natuurlijk niet thuis. Zijn vrouw Alie en haar vriendin Maasje Troost echter wel. Alie: „Mijn vriendin en ik waren die morgen voedsel wezen brengen naar de jongens. We waren net weer binnen toen de Duitsers kwamen. We vluchtten meteen het land in achter de woning. De kogels vlogen ons om de oren. Maasje bleef het eerste staan, ik rende verder. Volgens de buren ben ik over gaas en prikkeldraad geklommen, ik weet er niets meer van. Toen ik voor een hoge afrastering stond en de Duitsers schoten, ben ik gestopt. Ze wilden m'n benen kapot schieten." Toen Alie de Duitsers zag komen, had ze nog in een helder ogenblik de belastende papieren (,,veel valse voedselkaar- ten") in de wasketel gegooid. De papieren in haar kous kon ze echter nog niet kwijtraken. Gelukkig werden die niet ontdekt door de Duitsers. Ook bij de vader van Jan, Gerrit van den Broek, volgde die dag een inval. Deze wist echter te ontsnappen. Bertus van Steendelaar: ,,Hij is zigzaggend op de fiets de Molenweg op gereden richting de Garderbroekerweg." Bakker Hendrikus Hendriks kreeg ook bezoek van de Duitsers. ,,lk zat al in de schuilplaats in ons huis. Mijn vader, moeder en knecht en de evacu's werden meegenomen,"aldus Hendriks.

Stacks Image 1042

Telkens als er één buiten de deur was viel er een schot. Ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had."Toen ze naar buiten kwam bleek er helemaal geen vuurpeloton te staan. Ze kon gewoon gaan. Waarschijnlijk hebben de Duitsers (Rudi incluis) niet geweten wat voor persoon ze lieten gaan. De laatste die naar buiten kwam was Paul Kamphuis. Hij werd op het schoolplein doodgeschoten.

thex Created with Sketch.
  • 22 Gevangen in achool
    ,,ln de school hebben ze gezegd dat ik al naar Duitsland was." Alie: ,,Ze brachten ons allemaal naar de hervormde school in Voorthuizen.

    Gevangen in school

    ,,ln de school hebben ze gezegd dat ik al naar Duitsland was." Alie: ,,Ze brachten ons allemaal naar de hervormde school in Voorthuizen. Ik zag een hoop bekenden. Paul Kamphuis zat op een hoop stro en wilde me wat zeggen. Ik probeerde langzaam wat dichter bij hem te komen. Een Duitser heeft toen mijn kleine teen kapot getrapt." Rudi speelde die morgen een verraderlijke rol: „Hij vertelde de Duitsers wie we waren," aldus Alie. „Wij hebben echter steeds volgehouden, dat we hem niet kenden. Op een gegeven moment kwam er iemand bij me staan. Dat was een nep- gevangene die probeerde me uit te horen. Hij vroeg me of Jan goed weggekomen was. Ik vertelde hem dat hij al lang gearresteerd was. Ze hebben niets uit me gekregen. Maar ik zat natuurlijk nog wel met die papieren in mijn maag." Alie beproefde de vertrouwde methode van de gang naar het toilet. „ Twee Duitsers gingen met me mee, ze bleven voor de deur staan. Via de afvoer van het toilet heb ik de papieren toen weggewerkt. Later lieten ze ons één voor één met een minuut of tien tussenruimte gaan. Telkens als er één buiten de deur was viel er een schot. Ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had."Toen ze naar buiten kwam bleek er helemaal geen vuurpeloton te staan. Ze kon gewoon gaan. Waarschijnlijk hebben de Duitsers (Rudi incluis) niet geweten wat voor persoon ze lieten gaan. De laatste die naar buiten kwam was Paul Kamphuis. Hij werd op het schoolplein doodgeschoten. Piet E. Dankaart ('Dikke Ben'), lid van de RVV-groep Putten en tevens betrokken bij de aanslag op de Oldenallersebrug, kwam Jan het nieuws van de aanhoudingen vertellen. „Jan was bijna niet te houden toen hij hoorde dat zijn vrouw was gearresteerd. Hij wilde zijn vrouw bevrijden," herinnert Bertus zich. „Het zou gekkenwerk zijn geweest als hij naar Voorthuizen was gegaan. Het zag daar groengrijs van de Duitsers. Zelf ben ik enkele malen wezen kijken. Op een gegeven moment hoorde ik dat ze Kamphuis hadden doodgeschoten." Jan dook onder bij Van Steendelaar. Daar hadden ze drie schuilplaatsen: in de hooimijt, in een houtmijt en in een perfect verscholen schuilplaats onder de koeien in de stal. Vooral die laatste gold als onvindbaar. In dat hol waren ook de wapens en de radio verborgen. Jan, Joop en Mathous verbleven geruime tijd bij Van Steendelaar.

Stacks Image 1025
My Image
My Image

Na enig zoeken vond hij een schuilplaats in de kerk aan de Hoofdstraat in Voorthuizen. Dit kerkgebouw zat vast aan de bakkerij van Bep van Harten.
De Soete Suikerbol.

My Image
thex Created with Sketch.
  • 23 Naar de kerk
    Jan streefde er echter naar de groep weer bijeen te brengen. Daarom zocht hij een geschikte plek waar alle leden samen konden blijven.

    Naar de kerk

    Jan streefde er echter naar de groep weer bijeen te brengen. Daarom zocht hij een geschikte plek waar alle leden samen konden blijven. Na enig zoeken vond hij een schuilplaats in de kerk aan de Hoofdstraat (de huidige Nederlands gereformeerde kerk) in Voorthuizen. Dit kerkgebouw zat vast aan de bakkerij van Bep van Harten. Ze trokken daar op 27 november in. De bakker had op de zolder van de kerk een schitterende schuilplaats ingericht. Boven tussen de binten hing een katrol met een touw. Hiermee konden de mannen zich omhoog hijsen. Zaten de mannen eenmaal veilig en wel boven, dan haalden ze het touw binnen. Hierdoor waren ze onvindbaar en onbereikbaar. Ze hadden op de zolder voldoende ruimte om te leven en beschikten zelfs over een aparte slaapkamer. ,,De gulle boer (Van Steendelaar) wilde van geen betaling weten. Zij kregen zelfs nog een groot stuk ham mee. Zij namen de automatische pistolen en de handgranaten mee, de rest werd verstopt,"aldus het dagboek. Al snel is de hele groep weer compleet. Met die wapens konden ze natuurlijk niet zomaar over straat. Bertus van Steendelaar heeft de spullen in de bakkersmand van Van Harten met een transportfiets vervoerd. ,,Op het Smidsplein stond het vol Duitsers, die waren net aangekomen. Door alle wagens moest ik van de fiets stappen en tussen de Duitsers door lopen. Als ze de klep van de bakkersmand hadden opengedaan voor brood, was het mis geweest," aldus Bertus. Al na een paar dagen kreeg de kerk meer bewoners. De Duitsers vorderen de kerkzaal om de eigen mannen in onder te brengen. Daardoor ontstond de vreemde situatie dat boven de Duitsers een verzetsgroep woonde. De Duitsers bleven ongeveer een week, zonder de andere kerkbewoners ooit opgemerkt te hebben. „ Toen Van Harten op 20 december kwam om de verduistering op te ruimen, zat er een briefje op het luik geplakt. Met veel taalfouten stond daarin, dat Bep partisanen in huis had. Wat moest het betekenen? Was het verraad of alleen maar een waarschuwing? De schuilplaats was blijkbaar aan derden bekend en de consequentie was dat we weer moesten verhuizen," vervolgt het dagboek. De meesten gingen terug naar hun oude onderduikadressen.

Stacks Image 1008

Sigarenfabriek Ritmeester te Veenendaal

In het tweede kwart van de 19e eeuw kwam de sigaar als genotmiddel. In Veenendaal begon Van Schuppen in 1887 met een sigarenmakerij. Het bedrijf groeide uit tot de succesvolste van het land met de merken Ritmeester en Panter.

My Image

Het kantoor en achterliggend de fabriek van Ritmeester

Ad van Schuppen

Van Schuppen werd geboren als jongste in een gezin van negen kinderen. Het gezin was lid van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Zijn ouders waren Jochem van Schuppen (1868-1941) en Jansje Geurts (1871-1936). Zijn vader begon in 1889 een sigarenfabriek in Veenendaal, die uitgroeide tot de Ritmeesterfabriek, genoemd naar het bekendste sigarenmerk. In de jaren dertig werkten er zeventienhonderd mensen. Een andere tak van de familie, namelijk een broer van zijn moeder en twee broers van zijn vader, waren in Wageningen eigenaar van de Schimmelpenninckfabriek. Van Schuppen ging ook in het familiebedrijf werken, hij bracht het tot directielid.Tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide Van Schuppen uit tot een van de leiders van het Veenendaalse verzet. Op 26 november 1942 woonde hij in Zeist de oprichtingsavond bij van de lokale afdeling van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Op de avond sprak de grote man achter de LO dominee Frits Slomp, alias Frits de Zwerver. Van Schuppen nodigde samen met zijn eigen predikant Dirk van Enk Slomp uit in Veenendaal om op een soortgelijke avond te spreken. Zo gebeurde en de Veenendaalse LO-afdeling was nog voor het einde van het jaar een feit.[1] De kern werd naast Van Schuppen als leider gevormd door Dirk van Beek, Ab van 't Riet en Jaap Spruijt.De LO hield zich vooral bezig met het onderbrengen en de verzorging van onderduikers. Van Schuppen vertegenwoordigde het district-Veenendaal op de zogeheten ruilbeurzen in Zwolle en Hoorn. Hij zorgde voor onderdak voor tal van joodse onderduikers. In de loop van de oorlog verbleven er zeker dertig joodse onderduikers in zijn villa, waar hij samen met zijn zus Marika (Nan) van Schuppen (getrouwd met Theo Mijnhardt) woonde. Voor een joodse vertegenwoordiger van zijn fabriek vond hij onderdak in Veenendaal.Van Schuppen werd tweemaal gearresteerd. De eerste keer in 1943, maar na korte tijd vrijgelaten.[2] Jaap Spruijt volgde hem op als districtsleider. De tweede aanhouding was veel ingrijpender. Ad en Marika van Schuppen werden gewaarschuwd voor een inval. Alle joodse onderduikers waren op tijd weg. Op zaterdag 18 november werd Van Schuppen gearresteerd door de Utrechtse SD'ers Van Joolen, Tewes en Haveneth. De arrestatie van de jeugdige verzetsman Jan van der Munnik heeft de SD op zijn spoor gezet. Met hem wordt ook de jonge verzetsman Henk Brouwer ingerekend.[3] Na een korte gevangenschap in Utrecht wordt Van Schuppen vastgezet in het Huis van Bewaring in Scheveningen, ook bekend als het Oranjehotel. Hij werd gemarteld, maar gaf geen informatie prijs. Van Schuppen werd na bemiddeling van de NSB-burgemeester van Wageningen Wouter Hendrik van den Brink vrijgelaten. Ad van Schuppens neef Frans had Van den Brink, die ook wel zag aankomen dat Duitsland afstevende op een nederlaag, benaderd.Van Schuppen zou nooit meer helemaal herstellen van de verwondingen die hij had opgelopen gedurende zijn gevangenschap. Hij werkte tot 1960 als directielid bij de Ritmeesterfabriek, maar overleed op relatief jonge leeftijd.Van Schuppen is nooit getrouwd. In 1973 ontving hij postuum, samen met zijn zus Marika en neef Frans, van het Israëlische holocaustcentrum Yad Vashem de eretitel Rechtvaardige onder de Volkeren.In 2016 werd in Den Haag het VMBO-lespakket Ellis en Bernie uitgebracht, met website en film. Het verhaal gaat onder meer over (het gezin van) de joodse Ellis Cohen Parraira, die kunnen onderduiken en overleven door toedoen van Ad en Frans van van Schuppen.

thex Created with Sketch.
  • 24 Contact met van Schuppen
    Ontmoetingspunt werd de woning van Van Steendelaar. Daar werd 's avonds vergaderd.

    Contact met Van Schuppen

    Ontmoetingspunt werd de woning van Van Steendelaar. Daar werd 's avonds vergaderd. Doordat het contact met de hogere leiding helemaal verbroken was door de arrestatie van Piet van de Veluwe, hadden ze echter niets te doen. Op een avond ging Jan naar Evert van Dasselaar om door zijn bemiddeling contact te krijgen met commandant Gert van Schuppen16 Al de volgende avond hadden Jan en Gert een gesprek. Jan hoorde toen voor het eerst, dat op last van de Nederlandse regering in Londen, de organisatie van het verzet in Nederland was veranderd. Door een fusie tussen de verzetsbewegingen kwamen alle groepen te vallen onder de Binnenlandse Strijdkrachten onder bevel van Prins Bernhard. Daarmee viel de RVV-groep van Jan van den Broek opeens onder de leiding van Gert van Schuppen. Deze was chef staf van het gewest 6 West van de BS.15 Al snel was er weer werk voor de mannen. Een paar dagen later kwam Van Schuppen bij Van Steendelaar met het verzoek 's avonds te waken bij een droppingsterrein. ,,De ploeg heeft negen nachten op het afwerpterrein gewaakt, maar het vliegtuig kwam niet," schreven ze later in het dagboek. ,,Een dag later kwam de slagzin voor de tiende maal door. Bertus van Steendelaar ging rond om alle andere jongens te waarschuwen. Die avond trokken ze in kleine groepen naar Appel. Onderweg bleven Dick en Bertus even achter omdat de ketting van één van de fietsen liep. Toen ze later hun weg vervolgden, reed er een Duitser voor hen. Bij het passeren zei hij 'Heil', de twee antwoordden met eenzelfde 'Heil' en fietsten door. Op het afwerpterrein waren Van Schuppen, Rein Hogeboom en 'Beer' ook aanwezig. Na een tijdje wachten kwam het vliegtuig en dropte de containers samen met twee parachutisten.


Stacks Image 1159

De woning van Van Steendelaar, waar de jongens een tijd zaten ondergedoken.

thex Created with Sketch.
  • 25 De laatste weken
    Terwijl in de eerste weken van april het 2e Canadese Legerkorps en Poolse strijdkrachten oprukten

    De laatste weken

    Terwijl in de eerste weken van april het 2e Canadese Legerkorps en Poolse strijdkrachten oprukten naar de noordelijke provincies, maakte het Ie Canadese legerkorps zich gereed om de IJssel over te steken. Eén van de operaties om de rivier over te steken had de codenaam Cannonshot. Men wilde SAS-troepen met jeeps boven de Veluwe droppen. Deze kleine groepjes zouden de vijand in verwarring moeten brengen. Ze moesten samen met de strijders van de BS bruggen in de opmarsroute veroveren op de Duitsers. De droppingen op de Veluwe kregen de codenaam 'Keystone' mee. In totaal zou honderddertig man van het 2e SAS-regiment worden gedropt. Het plan was aanvankelijk om in de nacht van 3 op 4 april twee Jedburgh-teams te droppen achter de vijandelijke linies. Dit waren teams van drie man: twee officieren en een marconist. Deze verkenningsgroepjes moesten contact leggen met de plaatselijke afdelingen van de BS en informatie doorspelen aan het SAS-hoofdkwartier. De volgende dag zou Cannonshot dan beginnen. De nacht daarna moesten de 130 man van de SAS-teams landen om vliegveld Teuge en zeven bruggen over het Apeldoorns kanaal in te nemen. Door de veel tragere opmars van de Canadezen werden de plannen verdaagd. De Jedburgh-teams zouden wel in de voorgenomen nacht gedropt worden maar de rest van het plan veranderde: Tachtig man met jeeps zou achter de Duitse linies geparachuteerd worden in de nacht van 11 op 12 april. Een SAS-eenheid moest vervolgens met gepantserde jeeps in de richting van Hoenderloo proberen door te breken.

Stacks Image 1141

Aangezien de toren van de verf. Kerk in Voorthuizen door de Duitsers als uitkijkpost werd gebruikt, werd het bovenste stuk er door de Canadezen afgeschoten.

thex Created with Sketch.
  • 26 Dropping op Appelse heide
    De commandant van het gewest 6 (Veluwe) van de BS kreeg op 2 april opdracht om maatregelen te nemen tot het beveiligen van

    Dropping op Appelse heide

    De commandant van het gewest 6 (Veluwe) van de BS kreeg op 2 april opdracht om maatregelen te nemen tot het beveiligen van de bruggen over het Apeldoorn-Dierense kanaal. Ook moest er een verbinding worden gelegd tussen de SAS-troe- pen op de Veluwe en de 1e Canadese Infanterie Divisie. Hij kreeg verder tot taak sabotage-acties te plegen tegen de Duitse troepen in het gebied tussen Apeldoorn, Ede en Dieren. Verder moesten de verzetsgroepen luisteren naar de BBC, voor zover ze dat al niet deden. Via de Engelse zender zouden boodschappen in code doorkomen. Gert van Schuppen moest het werk over de verzetsgroepen die onder zijn gezag vielen verdelen. De groep Van den Broek was daar één van. Die groep moest wachten op de codezin ,,Luister naar het geluid van de golven" door zou komen. Na ontvangst van dit bericht moesten ze naar de Appelse Heide gaan om op het daar gelegen droppingsterrein Rolls Royce een dropping op te vangen. Op 3 april kwam het bericht door. Samen met de KP- groep uit Soest beveiligden ze het terrein. Precies op tijd kwam de Stirling IV van het 570 sqn. RAF over. Even later hingen zes parachutisten en 18 containers in de lucht. Het ging om een SAS-team onder leiding van capt. RN. Stuart met de Nederlander It. J.A. de Stoppelaar en de marconist F. Herring-Sweet en een team van de Special Forces onder commando van de Zuidafrikaanse majoor A. Clutton en de Nederlandse luitenant M.J. Knottenbelt en marconist R. Menzies. In de woning van H. Schuld aan de Barneveldseweg in Appel vonden de zes onderdak. In die woning was de commandopost gevestigd van de KP-Soest. Daar hadden ze een ontmoeting met 'Piet van Arnhem'. Drie van de mannen, Clutton, Knottenbelt en Menzies vonden later onderdak in de kettingkastenfabriek Van der Woerd in Barneveld. Wil Looijen-van der Woerd hierover: „Die mannen moesten naar het Apeldoorns- en Dierens kanaal en naar de IJssel. Zij dachten even een taxi te kunnen nemen." De radio van het SAS-team raakte defect bij de landing, daarom moest deze groep gebruik maken van de radio van het andere team. De teams moesten, in overleg met de verzetsgroepen die de omgeving natuurlijk beter kenden, geschikte droppingsplaat- sen zoeken voor de SAS-troepen die achter de linies zouden moeten landen. Gert van Schuppen vroeg Jan van den Broek in de laatste oorlogsmaand ook er iemand op uit te sturen om alle richtingsborden en paddestoelen langs de wegen op een kaart aan te geven. Bertus van Steendelaar voerde de opdracht uit. De bedoeling was om vlak voor de bevrijding al die borden zwart te kalken en de paddestoelen te verwijderen, zodat de Duitse aftocht in de war geschopt zou worden. De verzetsmannen hebben op de Appelse heide ook een tweede droppingsterrein voorbereid, dat heette Napier. Op die terreinen zouden de SAS-teams gedropt worden.

Stacks Image 1104

Landgoed Blankensgoed werd door lichtspoormunitie in de brand gezet en. Brandde volledig af.

My Image

Aanval van de British Columbia Dragoons en de Lord Strathcona's Horse, nacht 16/17 april 1945

thex Created with Sketch.
  • 27 De dropping bij Vosselt
    Toen de Canadezen op het punt stonden de IJssel over te trekken, kregen de mannen van de BS instructies over hun taken.

    De dropping bij Vosselt

    Toen de Canadezen op het punt stonden de IJssel over te trekken, kregen de mannen van de BS instructies over hun taken. Lt. J.A. de Stoppelaar ging daarvoor naar Garderen, naar de plaatselijke commandant G. van Malkenhorst. Hij kwam vertellen dat de Canadezen tussen Heerde en Epe de rivier over zouden komen. In werkelijkheid kwamen de Canadezen bij Wilp/Gorssel over de IJssel. Samen met de SAS-troepen zouden de verzetsmannen de vier bruggen over het Apeldoorns-Hanemse kanaal moeten beveiligen. Verder moesten verzetsmannen de telefoonverbindingen van de Duitsers onklaar maken, droppingsterreinen beveiligen, containers verzamelen en gidsen. De Stoppelaar trok bij de BS-commandant in huis, die overigens ook Hauptmann Hamacher, de commandant van een groep Duitse Fallschirmjager in huis had ingekwartierd. „Het droppingsgebied Vosselt, tussen Uddel en Apeldoorn moest nu tot in detail in kaart gebracht worden. Waardevolle inlichtingen kreeg men van boswachter G. Spek over aanwezige brandtorens en telefoonlijnen. Al na enkele dagen kon men aan Harderwijk melden dat alles gereed was voor de ontvangst." In tussentijd vertrokken de Duitse parachutisten naar Amersfoort, maar daarvoor in plaats kreeg Garderen een 'Panzerabteilung1.16 Op 11 april zond de BBC de volgende codezin uit: „De appels zijn zoet", en ook het hoofdkwartier van het 1e Canadese Legerkorps verzond een bericht naar de desbetreffende onderdelen: „Warn all AA Airborne on Night 11/12 April". Dat betekende dat het grote werk ging beginnen voor de verzetsgroepen op de midden- en Oost-Veluwe. Die dag nog vertrok De Stoppelaar naar het droppingsterrein 'De Hoge Duvel' bij Vosselt. Daar zou Van Malkenhorst hem de laatste berichten komen doorgeven en hem ook de bevestiging van de codezin meedelen, ten teken dat de dropping doorgang zou vinden. Dat bericht kwam 's avonds om zeven uur door. Gert van Schuppen gaf dit met de geheime telefoonverbinding door aan Harderwijk. Een koerierster ging met het bericht maar de commandant van Garderen. Deze stuurde eveneens een koerier op pad naar De Stoppelaar. De BS-groepen uit Garderen, Ermelo en Putten waren rond half tien aanwezig op het droppingsterrein 'Fox'. Daarbij waren ook J.H. Middelbeek en G.J.H. van Apeldoorn die de SASjeeps zouden begeleiden. De groep van ongeveer vijfendertig man was bewapend met stenguns, pistolen en handgranaten. „Een half uur later kwam ook een zwervende KP-groep uit Apeldoorn op het verzamelpunt aan. Van Malkenhorst had deze achttien man sterke groep van Herman Gelderman in het bos bij café 'De Viersprong' aangetroffen. Deze groep opereerde meestal in het gebied tussen Voorthuizen en Putten. Als koerierster trad de dochter van de burgemeester van Putten, freule Cockie van Gheen op, die door haar broer Alex met de groep in contact was gekomen."

Stacks Image 1180

Door Canadese granaten verwoeste woning van de familie Broekhuizen-Mol aan de Hoofdstraat, tegenover de Molenweg

thex Created with Sketch.
  • 28 Schietpartij
    Kort na half twaalf kwam een Engelse jager over, die lichtkogels uitgooide.

    Schietpartij

    Kort na half twaalf kwam een Engelse jager over, die lichtkogels uitgooide. Al dat licht bracht de inzittenden van een toevallig passerende vrachtwagen in verwarring. De inzittenden, een NSKK-chauffeur, een Duitser en twee burgers stapten uit het voertuig en vluchtten de berm in. Ze waren bang dat de jager het vuur op de auto zou openen. Dit was vlakbij een groepje BS'ers. Die openden meteen het vuur. De chauffeur en de Duiters kwamen daarbij om het leven. Een burger raakte gewond, de ander vluchtte naar Uddel. Hij waarschuwde de daar ingekwartierde Duitse soldaten. De dropping werd vanwege dit incident afgeblazen omdat de verzetsmannen ieder moment de Duitsers konden verwachten. Precies om twaalf uur verschenen de vier volgeladen Stirlingbommenwerpers van het 190e Squadron RAF boven het droppingsterrein. Ze wierpen hun vracht niet af, omdat de bakens niet ontstoken werden. De BS-groepen begaven zich nu zo snel mogelijk op weg naar huis.


Stacks Image 1199

De drie geschakelde woningen van de families Brink, van Voorst en Weimar aan de Kerkstraat. Rechts het meesterthuis 'Irene' op de Ring

thex Created with Sketch.
  • 29 Tweede dropping op Appelse heide
    Ook op de Appelse Heide waren de verzetsmannen klaar voor een dropping

    Tweede dropping op Appelse heide

    Ook op de Appelse Heide waren de verzetsmannen klaar voor een dropping op het terrein Napier. Het commando berustte hier bij Rein Hogeboom (KP-Soest). Zowel de groep van Jan van den Broek als de oud-KP van Soest. Het was nog maar een kwartier 12 april toen de twee Stirling-bommenwerpers van het 620e Squadron RAF over het terrein vlogen. De lampen gingen aan en even later hingen zeventien parachutisten in de lucht. Het ging om een groep van negen onder leiding an Captain R.J. Holland en één van acht man onder commando van U.J. Wardley. Bovendien kwamen tien containers en een korf mee naar beneden. In de Bevrijdingskroniek Noordwest-Veluwe wordt een anecdote verteld over deze dropping17: „ Even later stond één van de parachutisten met een rode seinlamp signalen te geven terwijl hij op een fluitje vreemde geluiden maakte. Een BS-man vroeg hem zijn lamp te doven en het fluiten te staken. De Brit ging echter onverdroten door, alsof er geen Duitsers in de buurt konden zijn. Op een vraag waarom hij zo'n vreemd geluid met z'n fluitje maakte, antwoordde hij dat het een perfecte vogelimitatie was! Er werd hem in het Engels daarop duidelijk te verstaan gegeven dat het dan wel het geluid van een vogel was die niet in Nederland voorkwam!"

Stacks Image 1223

Uitgebrande hervormde school aan de Kerkstraat. De Duitsers gebruikten de school als commandopost.

thex Created with Sketch.
  • 30 Jeeps blijven in Engeland
    De zeventien parachutisten werden ondergebracht in de schaapskooi op enkele honderden meters van het droppingsterrein.

    Jeeps blijven in Engeland

    De zeventien parachutisten werden ondergebracht in de schaapskooi op enkele honderden meters van het droppingsterrein. Ook twee Nederlanders maakten deel uit van het gezelschap: de sergeants J. van Beek en A. Kuypers. De volgende dag ontmoette Capt. R. J. Holland Gert van Schuppen, de BS-commandant van Barneveld. Zij bespraken onder meer de mogelijkheid van het droppen van jeeps op hetzelfde droppingsterrein. Het leek een zeer geschikte plek. Via de radio werd het bericht verzonden, maar het kwam nooit aan bij de persoon die de jeeps zou moeten sturen. In Engeland stonden die voertuigen klaar om overgevlogen te worden. Ze zouden een SAS-groep naar de bruggen bij Oene moeten brengen om deze te beveiligen. Waarschijnlijk doordat de jeeps niet werden gedropt, zijn de 17 mannen niet ingezet bij het kanaal bij Apeldoorn. Ze kregen een nieuwe taak: de Duitsers zoveel mogelijk in verwarring brengen. De groep splitste in drieën: Onder aanvoering van capt. P.N. Stuart gingen vier mannen naar de weg Voorthuizen- Putten, W. Ellis ging met een groepje naar de weg Apeldoorn-Voorthuizen bij Boeschoten en Lt. J. Wardley met zijn mannen naar de weg Putten-Nijkerk.

Stacks Image 1240

Een luchtfoto van "De Schaffelaar" met rechts daarvan de barakken

My Image

In de barakken bij "De Schaffelaar" waren onder andere een ziekenzaal en twee conversatiezalen ondergebracht

thex Created with Sketch.
  • 31 Fatale ontmoeting
    In de nacht van 14 op 15 april stuitten de mannen van Jan van den Broek

    Fatale ontmoeting

    In de nacht van 14 op 15 april stuitten de mannen van Jan van den Broek in de buurtschap Gerven ten zuiden van Putten op een SAS-patrouille. Beide partijen zagen elkaar aan voor Duitsers en openen het vuur. Het dagboek: „Jan kreeg een schot door de buik en de linker pols. Toch zag hij nog kans het vuur te beantwoorden en een handgranaat te gooien. De troep trok terug en Jan liep dwars door het terrein over weiden en door sloten. Maar hij was te zwaar gewond. Na een paar honderd meter moest hij opgeven." Zijn strijdmakkers droegen en sleepten hem verder naar de Woudsteeg. Uiteindelijk werd de gewonde verzetsman in de boerderij van Bessel van den Hoorn op een bed gelegd. Meteen werd dokter P.T. van der Velde gehaald. Deze vond dat Van den Broek direct naar het noodhospitaal in De Schaffelaar moest. Van de agrariër J. van Galen konden de mannen een paard en wagen lenen. De arts reed vooruit en wachtte hen bij De Schaffelaar op. Onderweg werd de wagen enkele malen aangehouden door de Duitsers. Maar de koetsier zei dat Jan zijn broer was die voor een spoedoperatie aan de blindedarm naar het noodhospitaal moest. „Diezelfde nacht stierf Jan op De Schaffelaar," aldus het dagboek. Door de schoten die Van den Broek nog wist te lossen en de handgranaten die hij gooide werd raakte soldaat J. Keeble van het SAS-team gewond. De volgende dag werd deze door de Duitsers gevonden. Hij overleed op weg naar het ziekenhuis. De volgende middag kwam Van der Velde bij Van Steendelaar om de mannen het slechte nieuws te vertellen. Bep van Harten werd benoemd tot de nieuwe commandant. Volgens de mannen van de groep-Van den Broek voelde Jan zijn einde al enige tijd voor de schietpartij naderen. Zo schreef hij een afscheidsbrief aan zijn vrouw en zinspeelde hij er de laatste dagen op dat hij het einde van de oorlog misschien niet zou meemaken. Van den Broek is op vrijdag 20 april begraven op de begraafplaats in Voorthuizen. De stoet vertrok vanuit de woning van Van Steendelaar aan de Garderbroekerweg 2.