Twee generaties onderwijzers Van Goor in Voorthuizen (1817-1906)

My Image

Gerhardus Gijsbertus van Goor met zijn echtgenote Machtelina Kapteijn en de kinderen Go, Betsy en Jan.

My Image

Hoe zag het onderwijs in de negentiende eeuw eruit?

My Image

Gedurende de achttiende eeuw was een nieuwe visie op mens en maatschappij ontwikkeld: de Verlichting. De zich sterk ontwikkelende wetenschap was aanleiding voor een ander denken. Aan het eind van die eeuw bereikte deze stroming zijn hoogtepunt en culmineerde in de Franse Revolutie. Koning en Kerk werden daarbij stevig onder vuur genomen. De mens moest leren het eigen verstand te gebruiken en dat leren moest op school beginnen. Onderwijs kan alles, schreef de filosoof Voltaire optimistisch en met hem geloofden de Verlichtingspedagogen in de mogelijkheid dat onderwijs en opvoeding tot een weldenkend en mondig mens konden leiden. Niemand mocht daarvan uitgesloten worden en de kerken moest het voogdijschap over het onderwijs worden ontnomen. Tijdens de Franse tijd werd ook in Nederland de eerste aanzet gegeven tot onderwijs verandering. Het hoofdelijk onderwijs – om de beurt komt ieder kind bij de meester – werd in 1806 vervangen door klassikaal onderwijs. Het bestuur van de school lag niet meer in handen van de kerk maar van de overheid, het gemeentebestuur. Twaalf tot zestienjarige jongens die schoolmeester wilden worden, konden zich in het vak van onderwijzer bekwamen door bij hun vader of een andere schoolmeester op school te helpen. Ze begonnen hun werk met het ophalen van boeken en schriften en met het versnijden van pennen (de ganzenveer). Ze keken de kunst af van de meester en daarnaast was er zelfstudie onder leiding van de schoolmeester. Het kwam veel voor dat een onderwijzer één of meer van die jongens in de kost nam. Nog tot het midden van de 19e eeuw verwierf 90% van de onderwijzers langs deze weg een plaats voor de klas. Alles stond of viel met een goed onderwijzerscorps. Wie onderwijzer wilde worden moest aan een aantal eisen voldoen en over de nodige papieren beschikken. Een van die documenten was een toelatingsakte die verkregen kon worden na het afleggen van een examen.Bij wet werden in 1806 vier rangen ingesteld: -De vierde en laagste rang hield in dat de kandidaat redelijk bedreven moest zijn in het les geven inlezen, schrijven en rekenen (inclusief de regel van drieën) en aanleg voor het geven van onderwijs moest hebben.-Voor de derde rang moest de kandidaat, naast lezen, schrijven en rekenen (met breuken en redactie sommen), enige kennis hebben van de beginselen der Nederlandsche taal, en begrip hebben van een goede manier van onderwijzen.-De tweede rang vereiste bedrevenheid in zowel gewoon als ‘kunstmatig’ lezen, een goed, net handschrift, theoretisch en praktisch rekenen, de voornaamste regels der Nederduitse taal, maar tevens aardrijkskunde en geschiedenis, en bekwaamheid en geoefendheid bezitten in het geven van een oordeelkundig onderwijs. -De eerste en hoogste rang verkreeg de kandidaat als hij een grondige ervaring in bovenstaande vakken had, met natuur- en wiskunde goed bekend was, en in beschaafdheid van verstand uitmuntte.Zelfstandig lesgeven kon pas als men de tweede rang verworven had. Daarmee kon men op alle scholen in het land terecht. Ook een bewijs van goed gedrag was nodig en toestemming van de inspectie. En, niet onbelangrijk, de onderwijzer moest voortaan ook van zijn baan kunnen leven.Zoals uit de aanstellingen van de Van Goors blijkt, bekwaamden ze zich voortdurend in hun vak, ook al bereikten ze soms pas na jaren de volgende rang.In de onderwijswet van 1857 verdwenen de rangen en werd er alleen nog gesproken over eenhoofdonderwijzer en een hulponderwijzer. Twee jaar later gingen de normaalscholen van start. Dit waren de voorlopers van de kweekscholen. Hier ontvingen kwekelingen een theoretische opleiding. De praktische vorming gebeurde tijdens de lessen in de lagere scholen. Schoolhoofden uit de omgeving waren de opleiders.


Jan Gerrits van Goor (1796-1866)

My Image

was de tweede zoon van Gerrit van Goor en Jantje Diphoorn die het onderwijs verkoos boven het boerenbestaan. Jan werd in 1796 in Ruinerwold geboren en was in Ootmarsum bij zijn vier jaar oudere broer Gerrit opgeklommen tot ondermeester derde rang. In 1817 zag Jan in het jaarboek van Nieuwe Bijdragen zowel de oproep, het salaris met bijkomende inkomsten, de procedure en de aanstelling van een in Voorthuizen gevraagde onderwijzer beschreven. Jan voldeed aan de belangrijkste eisen uit de vacature. Van een openbaren Onderwijzer werd ook verwacht dat die in de hervormde kerk koster en voorzanger was. Het salaris van ƒ 50 op jaarbasis mag dan niet groots lijken, de bijkomende voordelen waren niet te versmaden. Zeker het woonhuis, dat ter vrije bewoning werd aangeboden, was fraai. Maar zover was het nog niet. Op 21 mei 1817 werden de sollicitanten die hadden gereageerd, opgeroepen om een examen af te leggen. Die examens waren geen sinecure, maar Jan kwam als beste uit de bus en kreeg de aanstelling. In 1820 kwam regelmatig het Onderwijsgezelschap bij Jan langs: negen collega’s uit de wijde omgeving – met een straal van 15 km – met Jan als secretaris. Deze gezelschappen van onderwijzers waren na de Schoolwet van 1806 opgericht. Deze wet beoogde bekwame onderwijzers voor de klas te krijgen. De leden konden kennis nemen van nieuwe lesmethoden en de praktische toepassing daarvan, maar konden ook onderling hun functioneren bespreken: collegiale toetsing zoals dat nu heet. Halverwege de 19e eeuw werden deze gezelschappen belangenorganisaties, die geruisloos opgingen in het Nederlands Onderwijzers Genootschap (1842), alleen voor schoolhoofden. Op 10 juli 1821 doorstond Jan het examen voor de tweede rang met glans. Met dit diploma en zijn ervaring deed Jan een gooi naar een positie op de Nederduitse (Nederlandstalige) school in Barneveld. Met zes andere sollicitanten deed hij op 29 juni 1825 een vergelijkend examen, maar de keus viel niet op hem. Wie wel op hem viel was Berendina Koestapel uit die plaats. Misschien was zij de reden geweest om daar te solliciteren? In 1826 huwde hij met haar in Barneveld. Ze kregen vijf zonen waarvan er twee kozen voor het onderwijs. De anderen werden broodbakker, horlogemaker en bouwmeester. Jan van Goor was tot zijn overlijden op 69-jarige leeftijd in 1866 hoofd van de school in Voorthuizen.


Gerhardus Gijsbertus (1841-1929)

Jans jongste zoon Gerhardus begon zijn loopbaan, hoe kan het ook anders, als hulponderwijzer bij zijn vader in Voorthuizen en behaalde in 1863 de akte in de beginselen der Engelschen taal. Nadat zijn vader in 1866 was overleden was hij een van de negen sollicitanten om hem op te volgen. Een vergelijkend examen naar deze betrekking op de, inmiddels openbare, school zou op 5 oktober worden gehouden. Echter, er kwam slechts één kandidaat opdagen: G.G. van Goor. De Nieuwe Bijdrage van dat jaar schrijft: De Schoolopziener achtte het noodig, dat door dezen sollicitant bewijzen van geschiktheid werden gegeven. Hem werd derhalve door den Schoolopziener en door den Heer G.J. Kapteijn [die 16 jaar later Gerhardus’ schoonvader zou worden] eenige onderwerpen opgegeven, ten einde deze praktisch met de kinderen te behandelen. Nadat dit onderzoek gedurende drie uren was voortgezet, werd door Burgemeester en Wethouders, in overleg met de Schoolopziener genoemde sollicitant aan de Raad ter benoeming voor te dragen. Het onderzoek werd tevens bijgewoond door de leden der Plaatselijke Schoolcommissie en door vele leden van de Gemeenteraad. Terloops wordt gemeld dat Gerhardus een akte als hoofdonderwijzer bezat met aantekeningen voor Frans, Hoogduits, Engels en wiskunde. Gerhardus zou in onze tijd de baan niet hebben gekregen, want hij was overgekwalificeerd.

Heden Kebustate
Vroeger Foto Kebu

Linkerfoto zoals het er nu uitziet Rechterfoto zoals het toen was.

My Image

Zo betrok Gerhardus het wat groot uitgevallen onderwijzershuis links op de foto. Daar woonde hij met zijn jongste zus Johanna tot zij in 1881 overleed. In 1879 werd voor ongeveer ƒ 22.000 een nieuwe school gebouwd, maar zij is dan ook een juweel. Dezelfde schrijver van het juweel, burgemeester van Barneveld mr. Charles Auguste Nairac, vermeldde ook de Van Goors in zijn boekje Nog een oud hoekje der Veluwe (1882): Van 1817 tot heden 1882, is het tweede geslacht van onderwijzers werkzaam. Te beschrijven wie de uitmuntende onderwijzers Van Goor voor onze gemeente waren en nog zijn, is overbodig en daarbij boven mijne krachten. Maar wat moest Gerhardus in zijn eentje in dat grote huis? Hij zal ongetwijfeld een huishoudster gehad hebben, maar geen vertrouweling zoals zijn overleden zuster. Vermoedelijk kende hij Machtelina Elisabeth Kapteijn al, of had haar vader mooie woorden over hem gesproken na de sollicitatie, feit is dat de twee op 24 augustus 1883 in het huwelijk traden. Getuigen van de bruid waren haar twee broers, de ene was docent aan de hbs in Amsterdam, de andere professor in de astronomie in Groningen op. Opvallend is dat geen familielid van Gerhardus aanwezig was. Ondanks hun gevorderde leeftijd, 42 en 39 jaar, kreeg het paar drie kinderen. Nadat dominee Van den Bergh zich in 1884 aan de gemeente Voorthuizen had verbonden, wees die dadelijk op de noodzakelijkheid van een christelijke school. In 1887 zocht men een hoofdonderwijzer. Gerhardus werd voor deze functie gepolst, maar… Meester Van Goor kwam niet over. Voordat er een hoofdonderwijzer voor de School met de Bijbel in Voorthuizen zou worden benoemd, werd een commissie gevormd "die nog eens zou trachten den Onderwijzer der Openbare School omtrent het doel in te lichten". Blijkbaar wilde men hem vragen of hij wilde overkomen naar de christelijke school. Twee weken later, op 9 december 1887, deelde de commissie ,,mede den uitslag van het bezoek bij Mr. van Goor." ,,Het blijkt dat Mr. v. Goor niet gezind is tot een Vrije [niet-gesubsidieerde] School over te komen." 3 Sterker nog: Gerhardus bedankte ook als koster en voorzanger, omdat hij het niet eens was met ds. Van den Bergh om met de hervormde gemeente over te gaan naar de dolerende kerk van Abraham Kuyper. Op 1 maart 1906 werd Gerhardus eervol ontslag verleend bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Dat ging natuurlijk gepaard met een officiële plechtigheid waar lovende woorden werden gesproken. Als tastbaar bewijs van dankbaarheid kreeg hij een groote verguld zilveren medaille aangeboden waarop aan de eene zijde te lezen staat: G.G. van Goor, hoofd der school te Voorthuizen van 3 Juli 1866 tot 1 Maart 1906, terwijl aan den andere kant het wapen de gemeente is aangebracht. In de toespraak werd ook zijn vader gememoreerd die met Gerhardus onafgebroken 89 jaar aan het hoofd der openbare school te Voorthuizen gestaan hebben. In oktober stond in De Courant, toen heel gebruikelijk, het pensioen van Gerhardus genoemd: ƒ 746 per jaar. Direct na zijn pensioen verhuisden Gerhardus en Machtelina naar Den Haag, waar hun ongehuwde dochter Johanna Margaretha woonde. Machtelina overleed daar in 1914 en Gerhardus verhuisde direct naar Wageningen waar zijn andere dochter Elisabeth Cornelia, getrouwd met de onderwijzer Van Poeteren, woonde. Daar overleed Gerhardus op 5 december 1929. Samen met zijn vrouw en moeder ligt hij in Voorthuizen begraven.


Wouterus Johannes van Goor (1829-1880)

My Image

Wouterus was de twaalf jaar oudere broer van de hierboven besproken Gijsbertus. Net als hij zette Wouterus zijn eerste stappen in het onderwijs bij zijn vader in Voorthuizen. Met de vierde rang op zak was hij daar ondermeester. In 1848 behaalde hij op 2 mei de derde rang. Maar toen was hij inmiddels werkzaam in Zwolle. Toen er een post vrij kwam in Markelo, werden 25 sollicitanten uitgenodigd om op 26 september 1855 het gebruikelijke vergelijkende examen te doen om blijken te geven van hunne bedrevenheid in voorlezen en voorzingen. Hoewel hij niet de eerste keus was, werd hij toch gekozen en hij trad op 1 januari 1856 in functie. Na bijna tien jaar daar hoofd van de openbare school te zijn geweest vertrok hij naar Assen. In die tien jaar zal hij flink gestudeerd hebben, want in Assen werd de instituteur uit Markelo docent aan het gymnasium om in levende talen les te gaan geven. Daarna zocht Wouterus het nog noordelijker en hij werd op 1 oktober 1868 benoemd bij de rijks hoogere burgerschool met driejarige cursus te Warffum – waarvan de vestiging is bepaald bij KB van 8 februari 1866 – tot leraar W.J. van Goor te Assen, aldus de Middelburgsche Courant. Het salaris in Warffum van ƒ 1800 was rijkelijk hoog, maar er was Thorbecke alles aan gelegen om snel leraren voor de nieuwe school te werven. Ondanks dit salaris bleef Wouterus maar drie jaar en dat had een reden. Zijn vrouw Anna Geertruid Laupman, met wie hij in 1864 was getrouwd, was bij aankomst in verwachting van hun derde kind. In het dorp ging de roddel dat hij een ongeoorloofd verkeer met zijne dienstmaagd en ook andere vrouwen hield. Die roddel bereikte in 1871 zelfs Thorbecke, die zijn licht erover opstak bij de burgemeester. Natuurlijk ontkende Wouterus de achterklap met kracht en de affaire ging in de doofpot. In datzelfde jaar aanvaardde Wouterus een benoeming aan de hbs in Winterswijk waar hij Frans ging geven tegen een jaarwedde van ƒ 1200. Op 28 februari 1877 meldt het weekblad De Wekker dat aan Wouterus verlof werd verleend tot herstel van gezondheid. Zijn lessen Franse taal en letterkunde zullen worden waargenomen door de net afgestudeerde Péan. Op 1 oktober werd Wouterus eervol ontslag verleend en Péan aangesteld. Op 15 april 1880 overleed Wouterus Johannes van Goor op 50-jarige leeftijd in Winterswijk. Zijn weduwe ging met enkele van de kinderen terug naar haar geboorteplaats Goor. Twee dochters werden daar onderwijzeressen op de lagere school.


My Image
My Image

Samenvatting

Van Goor naar De Wijk betreft de genealogie van de familie Van Goor vanaf stamvader Albert Gerrits, een jongeman uit Goor die begin 18e eeuw op zoek naar werk terechtkomt in De Wijk en daar trouwt. Hij krijgt een dochter en een zoon.De stamboom van de zoon van stamvader Albert Gerrits is in de jaren ’90 van de vorige eeuw al uitgezocht door A. van Goor en beschreven in Het geslacht van Goor in Drenthe. Dit boek gaat over de nakomelingen van de dochter Annichje Alberts, die trouwde met Gerrit Jans Frijlink. Beiden gebruikten de familienaam Van Goor. In aanvang werkzaam in de landbouw, voelden meerdere Van Goors zich geroepen tot het beroep van dominee of onderwijzer. Naast een opsomming van namen, plaatsen, datums en beroepen van de familieleden komen ook algemene achtergrondinformatie en bijzondere verhalen over individuele Van Goors aan de orde, waaronder een emigratie naar Amerika.

Geïnteresseerd in het boek? Klik op de knop u wordt doorverwezen naar de site waar u het boek kunt kopen.Let op! Als u op de knop klikt verlaat u de beveiligde website Oudvoorthuizen.nl