My Image

Gereformeerde kerk

De geschiedenis van de kerk in vogelvlucht.

Klik op het boekje om te openen.

Gereformeerde Kerk Voorthuizen

Geschiedenis

My Image

In 1886 maakte een aantal kerkelijke gemeenten van de Hervormde Kerk zich los uit de Synodale kerkordening van 1816. Deze gemeenten stonden op het strikt handhaven van de door de Dordtse Synode van 1618 vastgestelde drie formulieren van Enigheid. Zij namen stelling tegen het modernisme dat, naar zij stelden, in de Hervormde Kerk hand over hand toenam.

De kerken die zich afscheidden, noemden zich "dolerend" omdat zij rouw droegen over de onrechtzinnigheid in de Hervormde Kerk. Twee kerkelijke gemeenten liepen bij de Doleantie van 1886 voorop: Kootwijk en Voorthuizen.

Kootwijk beriep de kandidaat in de theologie J. H. Houtzagers en Voorthuizen de Schaarsbergse predikant Willem van den Bergh, over wie u elders in dit boekje nog wat kunt lezen. Het zal u niet verbazen dat in de jaren na de intrede van dominee Van den Bergh er een strijd ontstond binnen de Hervormde Kerk van Voorthuizen tussen de "gereformeerden" en de hervormden met als inzet het kerkgebouw en de pastorie.

My Image
My Image

Deze kwestie werd voor de Arrondissementsrechtbank van Utrecht uitgevochten en leidde uiteindelijk tot een vonnis van de rechter van 15 januari 1890 waarbij het kerkgebouw en de pastorie aan de Nederlands Hervormde gemeente werden toegewezen.De gereformeerden hadden dit natuurlijk al min of meer zien aankomen en er werd aan de Hoofdstraat een terrein aangekocht waarop het nieuwe kerkgebouw zou moeten verrijzen. In de tijd tussen de tenuitvoerlegging van het rechterlijk vonnis en de ingebruikname van het nieuwe kerkgebouw kerkten de gereformeerden in de in 1888 gereed gekomen School met de Bijbel. De aanbesteding voor de bouw vond plaats op 21 juni 1890, wel een bewijs dat de Voorthuizense gereformeerden van snel werken hielden. De bouw van de kerk werd gegund aan de Barneveldse aannemer K. van Wagensveld voor f 5.800,-.

Aangezien ds. Van den Bergh bij testament een bedrag van f 5000,- aan de kerk gelegateerd had, was de financiering van de bouw geen erg groot probleem. Reeds op 7 november 1890 kon het kerkgebouw worden i ngewijd; een gebeurtenis die dominee Van den Bergh helaas niet meer mocht meemaken. Hij overleed namelijk op 30 april 1890 in Montreux. Boven de ingang van de kerk werd zijn lijfspreuk afgebeeld: ,,Een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God, niet verachten. Doe wel aan Zion naar Uw welbehagen, bouw de muren van Jeruzalem op". Ter gelegenheid van de inwijding schonk een aantal dienstmeisjes uit Nijkerk een doop- en avondmaalstel waarover de Barneveldsche Courant in haar uitgave van 7 november 1890 schreef: ,,Naar wij uit goeden bron vernemen, is het avondmaalstel, onlangs aan de Ned. Geref. kerk te Voorthuizen geschonken, niet vervaardigd van zilver maar van berlinezilver en aangekocht uit giften van dienstmeisjes uit Nijkerk, door één harer verzameld". Een drietal lidmaten uit Voorthuizen schonk de kerk een bij Van Bergen te Heiligerlee gegoten torenklok, weer anderen bijbels voor op de kansel en voor de voorlezer, enz. enz.

My Image

De inwijdingspreek op deze, voor de gereformeerden van Voorthuizen, zo gelukkige dag werd gehouden door dominee H. W. van Loon uit Amsterdam.Nadat men gedurende lange tijd gebruik kon maken van een geleend orgel, werd in 1902 een eigen instrument aangeschaft voor de thans welhaast onvoorstelbaar lage prijs van/ 600,0p zondag 19 januari 1902 werd het orgel in gebruik genomen. Dominee Segboer hield ter gelegenheid hiervan een toepasselijke rede.In 1928 werd dit kerkgebouw verkocht aan de heer Van den Broek omdat de Gereformeerden in dat jaar een nieuw kerk- · gebouw in gebruik namen.Achtereenvolgens ging het gebouw over in handen van de heer Joh. de Nooy die het als schilderswerkplaats gebruikte en werd het gebouw ook gebruikt voor de scholen voor het houden van gymnastiekonderwijs. Op 6 januari 1952 werd het gebouw gekocht door de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, die het in 1955 grondig liet opknappen en in 1973-1974 een restauratie liet uitvoeren waarbij onder meer het dak werd vernieuwd.

My Image
My Image
My Image

De oude pastorie schuin tegenover de voormalige gereformeerde kerk

Schuld

Hoe men over de Doleantie van 1886 achteraf ook beoordeelt, binnen het dorp Voorthuizen is in die dagen geen inhoudelijke kerkstrijd uitgevochten. Het draaide hier veel meer om de verantwoordelijkheid van de gemeente binnen het geheel van de Hervormde Kerk en haar verlangen om te leven naar de gereformeerde belijdenis in woord en dagelijkse praktijk. De rechtzinnige kerkenraad van Voorthuizen vond voordat het tot een breuk kwam al vele jaren dat het met de Nederlandse Hervormde Kerk bergafwaarts ging. De bijbelse leer waarop de kerk altijd gebaseerd was geweest, werd volgens de broeders steeds verder opgerekt. Het kerkelijk reglementenboek uit 1816 was al zo vaak gewijzigd dat je elkaar inhoudelijk eigenlijk nergens meer op mocht aanspreken.

Iemand die de bijbel niet erkende als Gods Woord, die vraagtekens zette bij het leerstuk van de Drie-eenheid of niet in wonderen geloofde, kon zonder moeite predikant of lidmaat van de kerk worden. Probeerde je dat als kerkenraad te verhinderen, omdat je vond dat de bijbel daartoe opriep, dan werd je door de kerkelijke besturen direct op je vingers getikt: denk erom, verdraagzaam zijn! Van lieverlee had de kerk de deur naar de vrijzinnigheid zelf wagenwijd opengezet, zo vond de kerkenraad. Dit werd in Voorthuizen heel concreet als schuld voor God ervaren en jarenlang werd er ernstig naar een oplossing gezocht.De Voorthuizense kerkenraad stond hierin niet alleen. In heel het land waren verontruste kerkenraden die vanaf het midden van de 19e eeuw protesteerden bij de synode en opriepen tot 'kerkherstel'.

My Image
My Image

Soms schreven predikanten gezamenlijk een brief tegen een misstand, dan weer sloegen kerkenraden de handen ineen om een luid protest te laten horen. Ook vanuit de classis Harderwijk, waartoe Voorthuizen behoorde, was menige protestbrief richting de synode gegaan. De synode, destijds bestaande uit slechts 21 predikanten, gaf zelden toe. Zij zag het als haar opdracht om zich voor alles te richten op het bewaren van de vrede in de verdeelde kerk. In veel orthodoxe gemeenten nam evenwel de onvrede steeds meer toe.

My Image

Dominee Willem van den Bergh

De blijdschap was dan ook groot toen in 1884 mr. dr. Willem van den Bergh bereid bleek om uit Schaarsbergen over te komen als predikant van de hervormde gemeente. Van den Bergh, een Haagse notariszoon, die zijn studie te Leiden met een dubbele promotie in de rechten en in de theologie had afgesloten, had zich reeds in zijn eerste gemeente Schaarsbergen als een overtuigd 'gereformeerd' predikant doen kennen. Hij stond in contact met de hoogleraren A. Kuyper en F.L. Rutgers van de in 1880 gestichte Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam, die een leidende rol in het Doleantieconflict zouden spelen. Met prof. dr. D.P.D. Fabius, de eerste hoogleraar aan de juridische faculteit van de VU, was hij sinds zijn studietijd goed bevriend.

My Image

Dominee Willem van den Bergh (1850-1890), de eerste gereformeerde predikant van Voorthuizen (1884-1890).

My Image

Zijn bevindelijke vroomheid werd gedragen door een diep schuldbesef dat mede terugging op persoonlijke levenservaringen. Zijn drie zussen en zijn echtgenote Ida Pierson stierven jong aan tuberculose. Bij alles wat hem overkwam stelde Van den Bergh zichzelf de vraag: wat wil God mij hiermee duidelijk maken? Bekend is dat hij veel tijd doorbracht in gebed en regelmatig vastte. 'Kijk, daar brandt al licht', zei iemand eens toen hij 's morgens om half vijf langs de pastorie kwam. 'Nee', zei iemand die Van den Bergh beter kende, 'Er brand nóg licht'. Deze eigenaardigheden maakten de dominee authentiek en bij zijn gemeente zeer geliefd. Ook het verval van de kerk weet hij aan persoonlijke schuld en collectieve nalatigheid van de gemeenten. Vanuit die gezindheid streefde hij weloverwogen naar reorganisatie van de Hervormde Kerk door terugkeer naar de gereformeerde belijdenis en de Dordtse kerkenorde. Op dat punt herkenden de kerkenraad van Voorthuizen en hij elkaar. Het beroep naar Voorthuizen had hij slechts aangenomen onder de uitdrukkelijke verklaring dat hij 'uit trouw aan den Koning der Kerk' niet kon beloven om alles te doen wat volgens de verordeningen van de Nederlandse Hervormde Kerk aan kerkenraden en 'leraars' was voorgeschreven. In feite lag daarin de breuk met de synodale organisatie reeds besloten, maar de kerkelijke besturen lieten hem vooralsnog met rust en keurden het beroep naar Voorthuizen goed. Op 12 juni 1884 nam Van den Bergh het beroep aan met de verklaring" dat hij met trouw aan de Koning der Kerk en als dienaar van een Gereformeerde kerk zich niet mocht verbinden om alles te doen wat volgens de verordeningen van de Nederlands Hervormde Kerk aan kerkenraden en leraars wordt voorgeschreven".

Op 12 oktober 1884 deed Van den Bergh intrede in Voorthuizen. Weldra werd hij de stuwende kracht achter de Doleantie beweging op de Veluwe. Door spreekbeurten en bidstonden, in het dorp maar ook in de omgeving, wekte hij op tot verootmoediging over het verval van de kerk en drong hij aan op reformatie. Hoe hij dat bedoelde was het beste te zien in zijn eigen gemeente. Die leidde hij met grote toewijding en ijver in streng rechtzinnige geest: nauwgezette tuchtoefening, tweemaandelijkse avondmaals bediening, niet-zingen van gezangen en het afschaffen van de kerkdienst op Goede Vrijdag, die hij als een overbodige concurrentie met de avondmaals zondagen beschouwde. Ook voerde hij het consistoriegebed aan het begin van elke kerkdienst in. De catechismus preken werden in ere hersteld: elke zondagmiddag dienst een gedeelte. Omdat hij vaak uit het Oude Testament preekte, drong Van den Bergh erop aan dat mensen niet alleen het Nieuwe Testament mee naar de kerk zouden nemen, kennelijk een gewoonte in die tijd. Er kwamen nieuwe trouwbijbels voor bruidsparen: met alle bijbelboeken erin en zonder gezangen. Met de gewoonte om na de ochtenddienst de koster te laten afkondigen welke huizen er te koop waren en waar de goederen geveild zouden worden, werd gebroken. De nieuwe dominee had namelijk ontdekt dat het kerkvolk direct na de preek op weg naar huis de koop onderhandelingen aanving. Wat kwam er zo van de rustdag terecht?

My Image

Overlijden van dominee Willem van den Bergh

Dr. W. van den Bergh heeft in die jaren z'n beste krachten aan de gemeente gegeven. Hoewel hij in deze jaren al ziek was - door tuberculose moest hij meermalen kuren in het buitenland - nam hij baanbrekende initiatieven. Hij werd de spil van de verbreiding van de doleantie op de Veluwe, hij formuleerde de grondslagen voor het gereformeerde diaconaat en werd zelfs benoemd tot hoogleraar in de theologie aan de Vrije Universiteit (VU), als opvolger van dr. Ph.J. Hoedemaker. Hij wilde die benoeming aannemen op voorwaarde dat de VU het toezicht over het theologisch onderwijs zou toevertrouwen aan de synode van de dolerende kerken. Voor het zover kon komen, overleed hij op 30 april 1890 in een kuuroord te Montreux, Zwitserland, in het bijzijn van zijn kinderen, zijn broer, de huishoudster, zijn schoonvader en zijn studievriend prof. dr. D.P.D. Fabius. Hij was slechts veertig jaar oud geworden. Naar zijn wens werd hij in Territet bij Montreux begraven. Op initiatief van zijn dochter werd de grafsteen in 1950 overgeplaatst naar het terrein van de Dr. Mr. Willem van den Berghstichting te Noordwijk, sinds 1924 een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking onder de koepelvereniging 's Heerenloo. De verslagenheid over Van den Berghs sterven was groot, want hij was ook onder niet-gereformeerden een geacht man, die altijd de ander hoger achtte dan zichzelf. Weldra ging dan ook het gerucht dat Van den Bergh in zijn laatste dagen spijt zou hebben gehad van zijn kerkelijke weg. En dat daarom zijn achterblijvende kinderen bij hun grootvader Hendrik Pierson in Zetten een hervormde opvoeding moesten krijgen. Dat laatste is inderdaad gebeurd, maar niet omdat er berouw over de doleantie in het spel was, zo stelde dr. G. Kuypers in zijn gedenkboek over de Gereformeerde Kerk bij het eeuwfeest in 1986 vast.

My Image

De grafsteen van Dr.Mr. Willem van den Bergh met daarop de tekst:
“Dr.Mr. Willem van den Bergh, geb. Te ’s Gravenhage 25 februari 1850.
Overl. Te Montreux 30 april 1890. De offerande Gods zijn een gebroken geest, een gebroken en verslagen hart zult Gij o God! Niet verachten”.
Het graf werd later vanuit Territet naar Nederland overgebracht
en op 29 April 1952 onthuld.

My Image
My Image